Inhoudsopgave

1 Inleiding
2 Rigging richtlijnen
3 Entrance C: Luifel
4 Holland Terrace
5 Holland Lounge
6 Entrance F
7 Park Foyer
8 Entrance K
9 Hal 1
10 Hal 2
11 Hal 3
12 Hal 4
13 Hal 5
14 Hal 6
15 Hal 7
16 Hal 8
17 Hal 9
18 Hal 10
19 Hal 11
20 Hal 12
21 Hal 13
22 Auditorium Lounge en Onyx Lounge
23 Upper Lounge en Emerald Lounge
24 Diamond Lounge
25 Europe Foyer 1 en 2
26 Room G 102
Bijlage I Eisen riggingplan
Bijlage II RAI Live beperkingen Hal 8, 9, 10 en 11


1 - Inleiding

Deze richtlijn laat zien waar en onder welke voorwaarden men kan riggen in RAI Amsterdam. Voor elke locatie staat beschreven waar rigging mogelijk is en wat de maximale belasting is per ophangpunt, zowel voor verticale rigging (straight) als voor meersprongen (bridles).

Als u wilt riggen in ons complex dient de riggende partij 4 weken voor aanvang van een evenement of beurs een riggingplan te sturen naar de RAI Accountmanager van het betreffende evenement of beurs. Hoe het riggingplan er uit moet zien staat omschreven in dit document. Elk riggingplan wordt vervolgens beoordeeld op de criteria die in dit document staan vermeld. U ontvangt uiterlijk binnen 5 werkdagen een officiële reactie van de RAI, waarna eventuele aanpassingen gemaakt kunnen worden. 2 weken voor aanvang van het evenement of beurs moet er een definitieve versie overeengekomen zijn.

Hieronder ziet u een plattegrond van RAI Amsterdam (figuur 1). Elke hal, entreegebied en foyer heeft een eigen hoofdstuk, mits er rigging mogelijk is.


Figuur 1: Plattegrond RAI Amsterdam
Tip: Informeer altijd naar de laatste versie van dit document.

 

2 - Rigging richtlijnen

Over alle te nemen beslissingen geldt: veiligheid staat voorop!
Om te mogen riggen in de RAI moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:

Certificering bedrijf en personeel

  1. Rigging mag alleen worden aangenomen door VCA*, VCA** of Oshas 18001 gecertificeerde bedrijven.
  2. Elke aanwezige rigger moet in het bezit zijn van:
    • een geldig VCA certificaat (VCA-B of VCA-VOL).
    • aantoonbaar beschikken over een certificaat Elementaire Hijstechniek in de Entertainment Industrie, certificaat beursrigging of een variant hierop, zoals een National Rigging Certificate (UK), Arena Rigging Certificate van ETCP (USA), Rigstar Rigging certificate (USA), of een relevant VLPT rigging diploma (DUI).
    • Indien gewerkt wordt met een hoogwerker moet de bestuurder in het bezit zijn van een hoogwerker certificaat. De rigger is verantwoordelijk voor het feit dat er geen derden in zijn werkgebied aanwezig zijn.
      Iedereen die in een hoogwerker werkt, moet een fullbody veiligheidsharnas (EN361) dragen die met een veiligheidslijn (EN355) bevestigd is aan het ankerpunt in de werkbak.
    • Binnen het bereik van de hoogwerker zal een helm (EN397) worden gedragen door personen (grounders) die zich in de buurt bevinden.
  3.  

    Eisen riggingplan
  4. Elk uitvoerende riggende partij moet in het bezit zijn van een door de RAI goedgekeurd riggingplan. In bijlage I is omschreven hoe het riggingplan bij de RAI moet worden aangeleverd. Uw RAI Account Manager kan tevens een voorbeeld meesturen.
  5. Elk gebouwdeel omschreven in dit document heeft een bijbehorende AutoCad-tekening waarop de beschikbare ophangpunten zijn aangegeven.
  6. De maximaal toelaatbare belasting aangegeven in dit handboek mag niet overschreden worden.
  7. Voor meersprongen (bridles) moet de binnenhoek kleiner zijn dan 120 graden.
  8. De maximaal toelaatbare belasting voor meesprongen is gebaseerd op tweesprongen. Voor meersprongen geldt dat de krachtverdeling op alle aangrijplocaties duidelijk berekend moeten worden.
  9. Dynamische lasten zijn niet toegestaan zonder expliciete toestemming van een door de RAI gekozen constructeur, op kosten van de opdrachtgever/aannemer.
  10.  

    Rigging in de praktijk
  11. De rigging mag uitsluitend volgens plan worden uitgevoerd, eventuele veranderingen moeten kortgesloten worden met manager Technische Dienst van RAI Amsterdam.
  12. In geval van sneeuw geldt voor sommige gebouwdelen een afwijkende maximaal toelaatbare belasting. De RAI is gemachtigd een reeds goedgekeurde belasting tot een aanvaardbaar gewicht te laten reduceren.
  13. De dakconstructie mag geenszins beschadigd worden.
  14. Vaste elementen in het dak (zoals lampenkappen, lamellen, verduisteringsmechanieken, afvoerbuizen) mogen niet geraakt worden tijdens het riggen.
  15.  

    Materiaalgebruik
  16. Er mag alleen ge-rigged worden met materialen die voorzien zijn van een CE markering. Voor partijen van buiten de EU geld dat de producten aantoonbaar moeten voldoen aan de ASME of gelijkwaardige richtlijn.
  17. De materialen moeten zijn voorzien van een WLL inscriptie of label.
  18. De maximaal toelaatbare belasting is 0,5 maal de (industriële) WLL.
  19. De materialen moeten minimaal één keer per jaar gekeurd zijn, het keuringsrapport moet op aanvraag binnen 24 uur verstrekt kunnen worden.
  20. De materialen moeten volgens instructies gebruikt worden.

Let op: De RAI behoudt zich het recht voor te allen tijden de rigging naar beneden te halen of een reeds goedgekeurde belasting te laten reduceren (bijvoorbeeld bij sneeuwval). De riggende partij dient zich ervan bewust te zijn dat de RAI controleert of de hangpunten conform richtlijnen en riggingplan zijn gemaakt. Indien niet wordt voldaan aan de afspraken, beschikt de RAI over de bevoegdheid de rigging af te keuren. De RAI is in het geval van afkeuring niet aansprakelijk voor enigerlei schade (zoals financiële schade of imago schade).

 

3 - Entrance C: Luifel

In Entrance C is onder de luifel verticale rigging toegestaan op de aangegeven locaties (zie figuur 2). Aan het 2 dimensionale vakwerk zijn 65 ophangpunten mogelijk.

Let op: De luifel is voorzien van een duivennet, welke niet beschadigd mag worden.

Let op: Vanaf windkracht 6 moet alle rigging aan de luifel naar beneden gehaald worden.

Verticale rigging (straight)
  • Verticale rigging is toegestaan aan de onderrand van het 2D-vakwerk op de aangegeven locaties.
  • Per ophangpunt mag er maximaal 250 kg hangen
Meersprongen (bridles)
  • Het maken van meersprongen is niet toegestaan.
Sneeuw
  • Indien er meer dan 5 centimeter sneeuw ligt, mag er niets hangen in Entrance C.

 

4 - Holland Terrace


Figuur 3: Ophangpunten Holland terras

In het Holland Terras is verticale rigging toegestaan aan de ogen in het plafond. In totaal zijn er 97 mogelijke ophangpunten (zie figuur 3).

Verticale rigging (straight)
  • Aan de rode punten is rigging toegestaan aan de ogen.
  • Op de blauwe punten is rigging toegestaan aan de profielen.
    Let op: aan de 60 mm buizen tussen de blauwe punten is geen rigging toegestaan!
  • Per punt mag er maximaal 250 kg hangen.
Meersprongen (bridles)
  • Het maken van meersprongen is niet toegestaan.
Sneeuw
  • Indien er meer dan 5 centimeter sneeuw ligt, mag er niets hangen in Entrance C.

 

5 - Holland Lounge


Figuur 4: Ophangpunten in Holland Lounge

In de Holland Lounge is verticale rigging toegestaan aan ogen in het plafond. In totaal zijn er 9 mogelijke ophangpunten (zie figuur 4).

Verticale rigging (straight)
  • Verticale rigging is toegestaan aan oogbouten in het plafond.
  • Per oog mag er maximaal 150 kg hangen.
Meersprongen (bridles)
  • Het maken van meersprongen is niet toegestaan.
Sneeuw
  • Indien er meer dan 5 centimeter sneeuw ligt, mag er niets hangen in Entrance C.

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie:

Let op:
U moet gecertificeerde oogbouten (voorzien van CE en WLL) monteren voordat u kunt riggen. De schroefmaat van de oogbouten is M12.

 

6 - Entrance F


Figuur 5: Ophangpunten Entrance F

Entrance F bestaat uit een luifel en een ontvangsthal. Verticale rigging is mogelijk op de aangegeven locaties in Figuur 5.
Aan de luifel is verticale rigging mogelijk aan de onderrand van het 2D- en 3D-vakwerk. In de ontvangsthal is verticale rigging toegestaan aan de dakliggers op minder dan 50 cm van het 2Dvakwerk.


Figuur 6: 3D model entreegebied F

Verticale rigging (straight)
  • Per punt mag er maximaal 200 kg hangen.
Meersprongen (bridles)
  • Het maken van meersprongen is niet toegestaan.
Sneeuw
  • Geen beperking in geval van sneeuw.

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie

Let op:
Rigging aan de dakliggers op minder dan 50cm van het 2D-vakwerk Rigging aan 2D vakwerk is niet toegestaan in verband met lichtlijnen.

 

7 - Park Foyer


Figuur 7: Ophangpunten Park Foyer

In de Park Foyer is verticale rigging toegestaan aan ogen in het plafond In totaal zijn er 38 mogelijke ophangpunten (zie figuur 7).

Verticale rigging (straight)
  • Verticale rigging is toegestaan aan oogbouten in het plafond.
  • Per oog mag er maximaal 150 kg hangen.
Meersprongen (bridles)
  • Het maken van meersprongen is niet toegestaan.
Sneeuw
  • In geval van sneeuw gelden er geen beperkingen.

 

8 - Entrance K


Figuur 8: Aangrijplocaties Ingang K

In Entrance K is verticale rigging toegestaan aan de ogen in het plafond. In totaal zijn er 69 mogelijke ophangpunten.

Verticale rigging (straight)
  • Verticale rigging is toegestaan aan oogbouten in het plafond.
  • Per oog mag er maximaal 250 kg hangen.
Meersprongen (bridles)
  • Het maken van meersprongen is niet toegestaan.
Sneeuw
  • In geval van sneeuw gelden er geen beperkingen.

 

9 - Hal 1


Figuur 9: Ophangpunten in Hal 1

In Hal 1 is rigging toegestaan aan de drukgordingen (zie figuur 9). De drukgording verbindt 39 bogen met elkaar. Elke boog kan maximaal 8.000 kg rigginglast hebben. De last moet verdeeld worden volgens tabel 1. Bij maximale belasting zijn er 480 mogelijke ophangpunten.


Figuur 10: Drukgording dakconstructie Hal 1

Tabel 1: Maximale belasting en gewichtsverdeling Hal 1 * 1 / 2 / 3 / 4
  Aan de staaf Aan de knoop Totaal gewicht per boogspant

Verticaal
Max. 650 kg Max. 650 kg 8.000 kg

Meersprongen (bridles)
Max. 300 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 300 kg verticale
last per staaf
Max. 650 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 650 kg verticale
last per knoop

Sneeuwval
(tussen 5 en 10 cm)
Beperking totaal
gewicht per boogspant
Beperking totaal
gewicht per boogspant
4.000 kg

Sneeuwval
(meer dan 10 cm)
Geen rigging mogelijk Geen rigging mogelijk 0 kg
1 Een staaf is het deel van de drukgording tussen twee knoopverbindingen (zie figuur 11).
2 Een knoop is waar twee delen van de drukgording verbonden zijn met het boogspant (zie figuur 11).
3 De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten verdeeld worden.
4 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.

 

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie

Met steel tegen knoopverbinding aan.

 

Balkenklem tegen knoopverbinding aan.

 

Let op: Langs de 1ste en 10de gording (boven de balkons) zijn alleen tweesprongen mogelijk, met een hoek tussen 91.6° en 120°.

 

Let op: Ter bescherming van de automatische verduistering:
Gebruik bij tweesprongen (bridles) tussen de 5 e en 6e gording balkenklemmen (beamclamp) aan de 6 de gording.

 

10 - Hal 2


Figuur 11: Ophangpunten in Hal 2

In Hal 2 is verticale rigging toegestaan aan de knooppunten van de langsliggers. In totaal zijn er 131 mogelijke ophangpunten (zie figuur 11). De maximale toegestane belasting staat in tabel 2.


Figuur 12: Knooppunten in Hal 2

 

Tabel 2: Maximale belasting en gewichtsverdeling Hal 2 * 1 / 2
  Aan de staaf Aan de knoop

Verticaal
13 kg 300 kg

Meersprongen
(bridles)
Niet toegestaan Niet toegestaan

Sneeuwval
(tussen 5 cm)
Geen Rigging mogelijk Geen Rigging mogelijk
1 Een staaf is de horizontale verbinding tussen twee knooppunten.
2 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.

 

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie

De aanslag tussen diagonale en verticale staaf met jute (burlap) beschermen.

 

11 - Hal 3


Figuur 13: Ophangpunten in Hal 3

In Hal 3 is verticale rigging toegestaan aan de knooppunten van de langsliggers In totaal zijn er 132 mogelijke ophangpunten (zie figuur 13). De maximale toegestane belasting staat in tabel 3.


Figuur 14: Knooppunten in Hal 3

 

Tabel 3: Maximale belasting en gewichtsverdeling Hal 3 * 1 / 2
  Aan de staaf Aan de knoop

Verticaal
13 kg 300 kg

Meersprongen
(bridles)
Niet toegestaan Niet toegestaan

Sneeuwval
(tussen 5 cm)
Geen Rigging mogelijk Geen Rigging mogelijk
1 Een staaf is de horizontale verbinding tussen twee knooppunten.
2 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.

 

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie

De aanslag tussen diagonale en verticale staaf met jute (burlap) beschermen.

 

Hangpunten in het lage deel van de hal.

 

12 - Hal 4


Figuur 15: Ophangpunten Amtrium beganegrond

 


Figuur 16: Ophangpunten Amtrium eerste verdieping

In het Amtrium is verticale rigging toegestaan aan de ogen in het plafond. In totaal zijn er 69 mogelijke ophangpunten op de ground floor en 74 ophangpunten op de first floor (Figuur 16).

Verticale rigging (straight)
  • Verticale rigging is toegestaan aan oogbouten in het plafond.
  • Per oog mag er maximaal 125 kg hangen.
Meersprongen (bridles)
  • Het maken van meersprongen is niet toegestaan.
Sneeuw
  • In geval van sneeuw gelden er geen beperkingen.

 

Ophangpunten

 

13 - Hal 5


Figuur 17: Ophangpunten in Hal 5

In Hal 5 is verticale rigging toegestaan aan de knooppunten van de langsliggers In totaal zijn er 242 mogelijke ophangpunten (zie figuur 17: Ophangpunten in Hal 5)


Figuur 18: Knooppunten in Hal 5

 

Tabel 4: Maximale belasting en gewichtsverdeling Hal 5 * 1 / 2
  Aan de staaf Aan de knoop

Verticaal
13 kg 300 kg

Meersprongen
(bridles)
Niet toegestaan Niet toegestaan

Sneeuwval
(tussen 5 cm)
Geen Rigging mogelijk Geen Rigging mogelijk
1 Een staaf is de horizontale verbinding tussen twee knooppunten.
2 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.

 

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie

De aanslag tussen diagonale en verticale staaf met jute (burlap) beschermen.

 

14 - Hal 6


Figuur 19: Ophangpunten in Hal 6

In Hal 6 is rigging toegestaan aan de onder- en bovenrand van het driedimensionale vakwerk. Om Hal 6 maximaal te benutten is deze fictief opgedeeld in 4 “rigging vakken” (zie figuur 19). In ieder vak mag maximaal 12.500 kg hangen. Het gewicht is als volgt te verdelen:

Tabel 6: Gewichtsverdeling op de staven * 1 / 2 / 3 / 4 / 5
Totale rigginglast
per vak
tot 2.500 kg 2.500 - 5.000 kg 5.000 - 12.500 kg

Verticaal
(boven of onderrand
Max. 300 kg per staaf Max. 300 kg per staaf Max. 250 kg per staaf

Meersprongen
(boven of onderrand)
Max. 300 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 150 kg verticale last
per staaf
Max. 250 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 125 kg verticale last
per staaf
Max. 250 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 125 kg verticale last
per staaf

Sneeuwval
(meer dan 5 cm)
Geen beperking Geen beperking Max. 150 kg per staaf
Max. 150 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 75 kg verticale last
per staaf
1 Een staaf is een deel van de onder of bovenrand tussen twee knooppunten.
2 De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per staaf verdeeld worden.
3 Om de lichtlijnen onder de staven mag niet gehangen worden (zie CAD-tekening RAI).
4 Als een staaf in de bovenrand en naastgelegen staaf in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze staven gehalveerd.
5 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.

 

Tabel 7: Gewichtsverdeling op knopen * 1 / 2 / 3 / 4
Totale rigginglast
per vak
tot 2.500 kg 2.500 - 5.000 kg 5.000 - 12.500 kg

Verticaal
(boven of onderrand
Max. 600 kg per knoop Max. 500 kg per knoop Max. 300 kg per knoop

Meersprongen
bridles
(boven of onderrand)
Max. 1.200 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 600 kg verticale last
per knoop
Max. 1.000 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 500 kg verticale last
per knoop
Max. 600 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 300 kg verticale last
per knoop

Sneeuwval
(meer dan 5 cm)
Geen beperking
Geen beperking
Max. 150 kg per knoop
Max. 300 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 150 kg verticale last
per knoop
1 Om de lichtlijnen onder de knopen mag niet gehangen worden (zie CAD-tekening RAI).
2 Als een knoop in de bovenrand en naastgelegen knoop in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze knopen gehalveerd.
3 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
4 Voor het hangen aan de knopen gelden gebruiksregels (zie bijlage II).

 

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

Let op:
Sla bij meersprongen (bridles) aan in de richting van het hijspunt.

 

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

Let op:
Alleen mogelijk daar waar de dakplaat de steel niet belemmerd (zie CAD tekening).

 

15 - Hal 7


Figuur 20: Ophangpunten in Hal 7

In Hal 7 is rigging toegestaan aan de onder- en bovenrand van het driedimensionale vakwerk. Om Hal 7 maximaal te benutten is deze fictief opgedeeld in 16 "rigging vakken" (zie figuur 20). In ieder vak mag maximaal 25.000 kg hangen. Het gewicht is als volgt te verdelen:

Tabel 8: Gewichtsverdeling op de staven * 1 / 2 / 3 / 4 / 5
Totale rigginglast
per vak
tot 6.250 kg 6.250 - 12.500 kg 12.500 - 25.000 kg

Verticaal
(boven of onderrand
Max. 300 kg per staaf Max. 300 kg per staaf Max. 250 kg per staaf

Meersprongen
(boven of onderrand)
Max. 300 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 150 kg verticale last
per staaf
Max. 250 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 125 kg verticale last
per staaf
Max. 250 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 125 kg verticale last
per staaf

Sneeuwval
(meer dan 5 cm)
Geen beperking Geen beperking Max. 150 kg per staaf
Max. 150 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 75 kg verticale last
per staaf
1 Een staaf is een deel van de onder of bovenrand tussen twee knooppunten.
2 De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per staaf verdeeld worden.
3 Om de lichtlijnen onder de staven mag niet gehangen worden (zie CAD-tekening RAI).
4 Als een staaf in de bovenrand en naastgelegen staaf in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze staven gehalveerd.
5 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.

 

Tabel 9: Gewichtsverdeling op knopen * 1 / 2 / 3 / 4
Totale rigginglast
per vak
tot 6.250 kg 6.250 - 12.500 kg 12.500 - 25.000 kg

Verticaal
(boven of onderrand
Max. 600 kg per knoop Max. 500 kg per knoop Max. 300 kg per knoop

Meersprongen
bridles
(boven of onderrand)
Max. 1.200 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 600 kg verticale last
per knoop
Max. 1.000 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 500 kg verticale last
per knoop
Max. 600 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 300 kg verticale last
per knoop

Sneeuwval
(meer dan 5 cm)
Geen beperking
Geen beperking
Max. 150 kg per knoop
Max. 300 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 150 kg verticale last
per knoop
1 Om de lichtlijnen onder de knopen mag niet gehangen worden (zie CAD-tekening RAI).
2 Als een knoop in de bovenrand en naastgelegen knoop in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze knopen gehalveerd.
3 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
4 Voor het hangen aan de knopen gelden gebruiksregels (zie bijlage II).

 

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

Let op:
Sla bij meersprongen (bridles) aan in de richting van het hijspunt.

 

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

Let op:
Alleen mogelijk daar waar de dakplaat de steel niet belemmerd (zie CAD tekening).

 

16 - Hal 8


Figuur 21: Ophangpunten in Hal 8

In Hal 8 is rigging toegestaan aan de boven- en onderrand van het driedimensionale vakwerk. Om Hal 8 maximaal te benutten is deze fictief opgedeeld in 12 "rigging vakken" (zie figuur 21). Per vak mag er maximaal 22.500 kg hangen. De gewichten zijn als volgt te verdelen:

Tabel 10: Gewichtsverdeling op de staven * 1 / 2 / 3 / 4 / 5 / 6
Totale rigginglast
per vak
tot 10.000 kg 10.000 - 22.500 kg

Verticaal
(boven of onderrand
Max. 500 kg per staaf Max. 500 kg per staaf

Meersprongen
(boven of onderrand)
Max. 500 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 250 kg verticale last
per staaf
Max. 400 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 200 kg verticale last
per staaf

Sneeuwval
(meer dan 5 cm)
Max. 160 kg per staaf.
Max. 250 kg per bridles,
waarbij geldt:
max. 125 kg verticale last
per staaf
Meer dan 10.000 kg
per vak niet mogelijk,
zie eisen onder 10.000 kg.
1 Een staaf is een deel van de onder of bovenrand tussen twee knooppunten.
2 De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per staaf verdeeld worden.
3 Om de lichtlijnen onder de staven mag niet gehangen worden (zie CAD-tekening RAI).
4 Als een staaf in de bovenrand en naastgelegen staaf in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze staven gehalveerd.
5 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
6 Indien de RAI LIVE schermen in hun constructie hangen gelden beperkingen (zie bijlage II).

 

Tabel 11: Gewichtsverdeling op knopen * 1 / 2 / 3 / 4 / 5 / 6
Totale rigginglast
per vak
tot 10.000 kg 10.000 - 22.500 kg

Verticaal
(boven of onderrand
Max. 900 kg per knoop Max. 900 kg per knoop

Meersprongen
(boven of onderrand)
Max. 1.800 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 900 kg verticale last
per knoop
Max. 1.800 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 900 kg verticale last
per knoop

Sneeuwval
(meer dan 5 cm)
Max. 450 kg per knoop
Max. 900 kg per bridles,
waarbij geldt:
max. 450 kg verticale last
per knoop.
Meer dan 10.000 kg per vak
niet mogelijk,
zie eisen onder 10.000 kg
1 De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per knoop verdeeld worden.
2 Als een knoop in de bovenrand en naastgelegen knoop in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze knopen gehalveerd.
3 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
4 Voor het hangen aan de knopen gelden gebruiksregels, zie "Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie" hieronder.
5 Indien de RAI LIVE schermen in hun constructie hangen gelden beperkingen (zie bijlage II).
6 Rigging aan de ogen onder de knopen is niet toegestaan

 

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

Let op:
Sla bij meersprongen (bridles) aan in de richting van het hijspunt.

 

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

 

Let op:
Steel onder aanwezige kabels doortrekken.

 

17 - Hal 9


Figuur 22: Ophangpunten in het MFP

In MFP is verticale rigging mogelijk aan ophangogen in het plafond. Er zijn in totaal 204 mogelijke ophangpunten. 180 ophangpunten bevinden zich op 5,7 meter hoogte (hal) en 24 ophangpunten bevinden zich op 4,4 meter hoogte (Corridor).

Verticale rigging (straight)
  • Aan de ophangpunten geldt een maximale belasting van 125 kg.
Meersprongen (bridles)
  • Het maken van meersprongen is niet toegestaan.
Sneeuw
  • In geval van sneeuw gelden er geen beperkingen.

Hangpunten

 

18 - Hal 10


Figuur 23: Rigging mogelijkheden in Hal 10

In Hal 10 is rigging toegestaan aan de boven- en onderrand van het driedimensionale vakwerk. Om Hal 10 maximaal te benutten is deze fictief opgedeeld in 4 “rigging vakken” (zie figuur 23). Per vak mag er maximaal 22.500 kg hangen. De gewichten zijn als volgt te verdelen:

Tabel 12: Gewichtsverdeling op de staven * 1 / 2 / 3 / 4 / 5 / 6
Totale rigginglast
per vak
tot 10.000 kg 10.000 - 22.500 kg

Verticaal
(boven of onderrand
Max. 500 kg per staaf Max. 500 kg per staaf

Meersprongen
(boven of onderrand)
Max. 500 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 250 kg verticale last
per staaf
Max. 400 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 200 kg verticale last
per staaf

Sneeuwval
(meer dan 5 cm)
Max. 160 kg per staaf.
Max. 250 kg per bridles,
waarbij geldt:
max. 125 kg verticale last
per staaf
Meer dan 10.000 kg
per vak niet mogelijk,
zie eisen onder 10.000 kg.
1 Een staaf is een deel van de onder of bovenrand tussen twee knooppunten.
2 De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per staaf verdeeld worden.
3 Om de lichtlijnen onder de staven mag niet gehangen worden (zie CAD-tekening RAI).
4 Als een staaf in de bovenrand en naastgelegen staaf in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze staven gehalveerd.
5 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
6 Indien de RAI LIVE schermen in hun constructie hangen gelden beperkingen (zie bijlage II).

 

Tabel 13: Gewichtsverdeling op knopen * 1 / 2 / 3 / 4 / 5 / 6
Totale rigginglast
per vak
tot 10.000 kg 10.000 - 22.500 kg

Verticaal
(boven of onderrand
Max. 900 kg per knoop Max. 900 kg per knoop

Meersprongen
(boven of onderrand)
Max. 1.800 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 900 kg verticale last
per knoop
Max. 1.800 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 900 kg verticale last
per knoop

Sneeuwval
(meer dan 5 cm)
Max. 450 kg per knoop
Max. 900 kg per bridles,
waarbij geldt:
max. 450 kg verticale last
per knoop.
Meer dan 10.000 kg per vak
niet mogelijk,
zie eisen onder 10.000 kg
1 De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per knoop verdeeld worden.
2 Als een knoop in de bovenrand en naastgelegen knoop in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze knopen gehalveerd.
3 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
4 Voor het hangen aan de knopen gelden gebruiksregels, zie 'Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie' hieronder.
5 Indien de RAI LIVE schermen in hun constructie hangen gelden beperkingen (zie bijlage II).
6 Rigging aan de ogen onder de knopen is niet toegestaan

 

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

Let op:
Sla bij meersprongen (bridles) aan in de richting van het hijspunt.

 

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

 

Let op:
Steel onder aanwezige kabels doortrekken.

 

19 - Hal 11


Figuur 24: Rigging mogelijkheden in Hal 11

In Hal 11 is rigging toegestaan aan de boven- en onderrand van het driedimensionale vakwerk. Om Hal 11 maximaal te benutten is deze fictief opgedeeld in 4 “rigging vakken” (zie figuur 24). Per vak mag er maximaal 22.500 kg hangen. De gewichten zijn als volgt te verdelen:

Tabel 14: Gewichtsverdeling op de staven * 1 / 2 / 3 / 4 / 5 / 6
Totale rigginglast
per vak
tot 10.000 kg 10.000 - 22.500 kg

Verticaal
(boven of onderrand
Max. 500 kg per staaf Max. 500 kg per staaf

Meersprongen
(boven of onderrand)
Max. 500 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 250 kg verticale last
per staaf
Max. 400 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 200 kg verticale last
per staaf

Sneeuwval
(meer dan 5 cm)
Max. 160 kg per staaf.
Max. 250 kg per bridles,
waarbij geldt:
max. 125 kg verticale last
per staaf
Meer dan 10.000 kg
per vak niet mogelijk,
zie eisen onder 10.000 kg.
1 Een staaf is een deel van de onder of bovenrand tussen twee knooppunten.
2 De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per staaf verdeeld worden.
3 Om de lichtlijnen onder de staven mag niet gehangen worden (zie CAD-tekening RAI).
4 Als een staaf in de bovenrand en naastgelegen staaf in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze staven gehalveerd.
5 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
6 Indien de RAI LIVE schermen in hun constructie hangen gelden beperkingen (zie bijlage II).

 

Tabel 15: Gewichtsverdeling op knopen * 1 / 2 / 3 / 4 / 5 / 6
Totale rigginglast
per vak
tot 10.000 kg 10.000 - 22.500 kg

Verticaal
(boven of onderrand
Max. 900 kg per knoop Max. 900 kg per knoop

Meersprongen
(boven of onderrand)
Max. 1.800 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 900 kg verticale last
per knoop
Max. 1.800 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 900 kg verticale last
per knoop

Sneeuwval
(meer dan 5 cm)
Max. 450 kg per knoop
Max. 900 kg per bridles,
waarbij geldt:
max. 450 kg verticale last
per knoop.
Meer dan 10.000 kg per vak
niet mogelijk,
zie eisen onder 10.000 kg
1 De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per knoop verdeeld worden.
2 Als een knoop in de bovenrand en naastgelegen knoop in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze knopen gehalveerd.
3 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
4 Voor het hangen aan de knopen gelden gebruiksregels, zie 'Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie' hieronder.
5 Indien de RAI LIVE schermen in hun constructie hangen gelden beperkingen (zie bijlage II).
6 Rigging aan de ogen onder de knopen is niet toegestaan

 

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

Let op:
Sla bij meersprongen (bridles) aan in de richting van het hijspunt.

 

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

 

Let op:
Steel onder aanwezige kabels doortrekken.

 

20 - Hal 12


Figuur 25: Rigging mogelijkheden in Hal 12

In Hal 12 is rigging toegestaan aan de boven- en onderrand van het driedimensionale vakwerk. Om Hal 12 maximaal te benutten is deze fictief opgedeeld in 4 “rigging vakken” (zie figuur 25). Per vak mag er maximaal 50.000 kg hangen. De gewichten zijn als volgt te verdelen:

Tabel 16: Gewichtsverdeling op de staven * 1 / 2 / 3 / 4 / 5 / 6
Totale rigginglast
per vak
tot 22.500 kg 22.500 - 50.000 kg

Verticaal
(boven of onderrand
Max. 500 kg per staaf Max. 500 kg per staaf

Meersprongen
(boven of onderrand)
Max. 500 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 250 kg verticale last
per staaf
Max. 400 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 200 kg verticale last
per staaf

Sneeuwval
(meer dan 5 cm)
Max. 160 kg per staaf.
Max. 250 kg per bridles,
waarbij geldt:
max. 125 kg verticale last
per staaf
Meer dan 10.000 kg
per vak niet mogelijk,
zie eisen onder 10.000 kg.
1 Een staaf is een deel van de onder of bovenrand tussen twee knooppunten.
2 De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per staaf verdeeld worden.
3 Om de lichtlijnen onder de staven mag niet gehangen worden (zie CAD-tekening RAI).
4 Als een staaf in de bovenrand en naastgelegen staaf in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze staven gehalveerd.
5 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
6 Indien de RAI LIVE schermen in hun constructie hangen gelden beperkingen (zie bijlage II).

 

Tabel 17: Gewichtsverdeling op knopen * 1 / 2 / 3 / 4 / 5 / 6
Totale rigginglast
per vak
tot 22.500 kg 22.500 - 50.000 kg

Verticaal
(boven of onderrand
Max. 900 kg per knoop Max. 900 kg per knoop

Meersprongen
(boven of onderrand)
Max. 1.800 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 900 kg verticale last
per knoop
Max. 1.800 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 900 kg verticale last
per knoop

Sneeuwval
(meer dan 5 cm)
Max. 450 kg per knoop
Max. 900 kg per bridles,
waarbij geldt:
max. 450 kg verticale last
per knoop.
Meer dan 10.000 kg per vak
niet mogelijk,
zie eisen onder 10.000 kg
1 De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per knoop verdeeld worden.
2 Als een knoop in de bovenrand en naastgelegen knoop in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze knopen gehalveerd.
3 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
4 Voor het hangen aan de knopen gelden gebruiksregels, zie 'Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie' hieronder.
5 Indien de RAI LIVE schermen in hun constructie hangen gelden beperkingen (zie bijlage II).
6 Rigging aan de ogen onder de knopen is niet toegestaan

 

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

Let op:
Sla bij meersprongen (bridles) aan in de richting van het hijspunt.

 

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

 

Let op:
Steel onder aanwezige kabels doortrekken.

 

21 - Hal 13


Figuur 26: Ophangpunten Elicium Ballroom

In de Ballroom van het Elicium is verticale rigging mogelijk aan ophangogen in het plafond. Er zijn in totaal 92 mogelijke ophangpunten. 62 ophangpunten bevinden zich op 6.80 meter hoogte (zie rode en groene stippen in Figuur 26) en 30 ophangpunten bevinden zich op 8.70 meter hoogte (zie blauwe stippen in Figuur 26).

Let op: In het dak loopt een rails (zie figuur 26). Op de aangegeven locaties (groene stippen) kunnen speciaal ontwikkelde ophangogen gemonteerd worden, mits er geen afscheidingswand in de rails is geplaatst. Deze ophangogen dienen aangevraagd te worden via de Account Manager van de RAI.

Verticale rigging (straight)
  • Aan de 25 "rode" ophangpunten geldt een maximale belasting van 125 kg.
  • Aan de 37 "groene" ophangpunten geldt een maximale belasting van 125 kg.
  • Aan de 30 "blauwe" ophangpunten geldt:
    • Als één van de twee naast elkaar liggende ophangogen belast wordt, is de maximale belasting 125 kg.
    • Als twee van de twee naast elkaar liggende ophangogen belast worden, is de maximale belasting 62.5 kg.
Meersprongen (bridles)
  • Het maken van meersprongen is niet toegestaan.
Sneeuw
  • In geval van sneeuw gelden er geen beperkingen.

 

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie

Groene ophangpunten


Let op: De railogen dienen haaks op de rail geplaatst te worden.

 

Rode ophangpunten

 

Blauwe ophangpunten

 

22 - Auditorium Lounge en Onyx Lounge


Figuur 27: Ophangpunten Auditorium Lounge en Onyx Lounge

In de Auditorium Lounge en Onyx Lounge is verticale rigging toegestaan aan ogen in het plafond In totaal zijn er 34 mogelijke ophangpunten (zie figuur 27).

Verticale rigging (straight)
  • Verticale rigging is toegestaan aan oogbouten in het plafond.
  • Per oog mag er maximaal 150 kg hangen.
Meersprongen (bridles)
  • Het maken van meersprongen is niet toegestaan.
Sneeuw
  • In geval van sneeuw gelden er geen beperkingen.

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie:

Let op:
U moet gecertificeerde oogbouten (voorzien van CE en WLL) monteren voordat u kunt riggen. De schroefmaat van de oogbouten is M12.

 

23 - Upper Lounge en Emerald Lounge


Figuur 28: Ophangpunten Upper Lounge en Emerald Lounge

In de Upper Lounge en Emerald Lounge is verticale rigging toegestaan aan ogen in het plafond. In totaal zijn er 16 mogelijke ophangpunten (zie figuur 28).

Verticale rigging (straight)
  • Verticale rigging is toegestaan aan oogbouten in het plafond.
  • Per oog mag er maximaal 150 kg hangen.
Meersprongen (bridles)
  • Het maken van meersprongen is niet toegestaan.
Sneeuw
  • In geval van sneeuw gelden er geen beperkingen.

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie:

Let op:
U moet gecertificeerde oogbouten (voorzien van CE en WLL) monteren voordat u kunt riggen. De schroefmaat van de oogbouten is M12.

 

24 - Diamond Lounge


Figuur 29: Ophangpunten in de Diamond Lounge

In de Diamond Lounge is verticale rigging toegestaan aan ogen in het plafond. In totaal zijn er 24 ophangpunten in de Diamond Lounge (zie figuur 29).

Verticale rigging (straight)
  • Verticale rigging is toegestaan aan oogbouten in het plafond.
  • Per oog mag er maximaal 150 kg hangen.
Meersprongen (bridles)
  • Het maken van meersprongen is niet toegestaan.
Sneeuw
  • Niet van toepassing.

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie:

Let op:
U moet gecertificeerde oogbouten (voorzien van CE en WLL) monteren voordat u kunt riggen. De schroefmaat van de oogbouten is M12.

 

25 - Europe Foyer 1 en 2


Figuur 30: Rigging mogelijkheden in Europe Foyer 1 en 2

In Europa Foyer 1 en 2 is verticale rigging toegestaan aan ogen in het plafond In totaal zijn er 96 mogelijke ophangpunten (zie figuur 30). Het plaatsen van eigen hijsogen is niet toegestaan.

Verticale rigging (straight)
  • Verticale rigging is toegestaan aan oogbouten in het plafond.
  • Per oog mag er maximaal 150 kg hangen.
Meersprongen (bridles)
  • Het maken van meersprongen is niet toegestaan.
Sneeuw
  • In geval van sneeuw gelden er geen beperkingen.

 

26 - Room G102


Figuur 31: Ophangpunten in G102

In Room G102 zijn 21 ophangpunten. De ophangpunten zijn als volgt te gebruiken:

Verticale rigging (straight)
  • Verticale rigging is toegestaan aan oogbouten in het plafond.
  • Er mag maximaal 150 kg hangen per oog.
  • Per cluster mag maximaal 150 kg hangen, te verdelen over de ophangpunten in het cluster
Meersprongen (bridles)
  • Het maken van meersprongen is niet toegestaan.
Sneeuw
  • In geval van sneeuw gelden er geen beperkingen.

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie:

Let op:
U moet gecertificeerde oogbouten (voorzien van CE en WLL) monteren voordat u kunt riggen. De schroefmaat van de oogbouten is M12.

 

Bijlage I: Eisen riggingplan

In onderstaande tabel is weergegeven hoe een riggingplan bij de RAI aangeleverd moet worden. Stuur het riggingplan naar de Accountmanager van RAI Amsterdam. Onvolledige rigging plannen worden niet beoordeeld en derhalve ook niet goedgekeurd. Op verzoek kan de RAI een voorbeeld verstrekken van een goed riggingplan.

Onderdeel riggingplan Eisen per onderdeel Door wie
1. Hijspuntenplan
(aanleveren in dwg en kopie in pdf)
Ingetekend op CAD-tekening
van RAI Amsterdam * 1:
  1. De te hijsen objecten;
  2. Hijsmiddelen (trussen, hulptrussen, takels e.d.);
  3. De locaties van de hijspunten met referentienummer (corresponderend met de Excelsheet);
  4. F verticaal per hijspunt;
  5. F verticaal per aangrijplocatie van de bridles.
Verantwoordelijke
rigging bedrijf
2. Berekend gewicht
van de lasten

(aanleveren in de Excelsheet)
Ingevuld in het rigging calculations format van RAI Amsterdam
  1. Referentienummer per hijspunt;
  2. Productnaam, type en gewicht van alle objecten die tot de hijslast behoren (incl. hijsmiddelen);
  3. Totaalgewicht per hijspunt/aangrijplocatie.
Verantwoordelijke
rigging bedrijf
3. Berekening gewicht
van de lasten met een bridles

(aanleveren in de Excelsheet)
Ingevuld in het rigging calculations format van RAI Amsterdam
  1. Referentienummer per hijspunt
  2. Productnaam, type en gewicht van alle objecten die tot de hijslast behoren (incl. hijsmiddelen);
  3. Berekende verticale krachten op de hijspunten/ aangrijplocaties;
  4. De bridles hoek.
Verantwoordelijke
rigging bedrijf
3. Totaal gewicht van
meerdere hangpunten op
een spant deel

(aanleveren in de Excelsheet)
Ingevuld in het rigging calculations format van RAI Amsterdam
  1. Indien er op een punt op het spant/hangpunt meerdere krachten aangrijpen dient het opgetelde gewicht van deze punten te worden weergegeven in de laatste kolom van de Excel sheet.
Verantwoordelijke
rigging bedrijf
* 1 Elk gebouwdeel uit dit rigging handboek heeft een bijbehorende CAD-tekening waarin de mogelijke ophangpunten zijn aangegeven.

 

Bijlage II: RAI Live beperkingen Hal 8, 9, 10 en 11

In Hal 8, 9, 10, 11 en 12 hangt een constructie waaraan RAI LIVE informatie schermen opgetakeld kunnen worden. Indien de schermen in de constructie hangen, gelden de volgende rigging beperkingen:

  • In het gebied van de stippellijnen in Figuur 32 geldt dat de maximaal toelaatbare gewichten van Hal 8 t/m 11 gehalveerd moeten worden.

 

Let op: Er gelden geen beperkingen als de schermen niet in de constructie hangen en de katrijbalk tussen 4 hangpunten is geplaatst (deze locatie is aangegeven met een zwarte pijl).

 


Figuur 32: Gebied met rigging beperking rondom RAI LIVE constructie

 

Rigging in de RAI NL - Versie 1.6.1 - 2016