Rigging in de RAI (handboek rigging)

Documentnaam:
Status:
Datum:
(Voorgaande editie:

Rigging in de RAI NL – versie 1.7
Definitief
01-08-2021
Rigging in de RAI NL – versie 1.6)

Artikel 1 - Inleiding
Artikel 2 - Rigging richtlijnen
Artikel 3 - Entrance C: Luifel
Artikel 4 - Holland Terrace
Artikel 5 - Holland Lounge
Artikel 6 - Entrance F
Artikel 7 - Park Foyer
Artikel 8 - Entrance K
Artikel 9 - Hal 1
Artikel 10 - Hal 2
Artikel 11 - Hal 3
Artikel 12 - Hal 4
Artikel 13 - Hal 5
Artikel 14 - Hal 6
Artikel 15 - Hal 7
Artikel 16 - Hal 8
Artikel 17 - Hal 9
Artikel 18 - Hal 10
Artikel 19 - Hal 11
Artikel 20 - Hal 12
Artikel 21 - Hal 13
Artikel 22 - Auditorium Lounge en Onyx Lounge
Artikel 23 - Upper Lounge en Emerald Lounge
Artikel 24 - Diamond Lounge
Artikel 25 - Europe Foyer 1 en 2
Artikel 26 - Room G 102
Artikel 27 - Room E 103 - E 108
Artikel 28 - Zaalplafond Auditorium
Artikel 29 - Toneeltoren Auditorium
Artikel 30 - Forum
Bijlage I - Eisen riggingplan
Bijlage II - RAI Live beperkingen Hal 8, 9, 10, 11 en 12
Bijlage III - Voorbeeld rigging plan
Bijlage IV - Voorbleeld van calculatie rigging plot

 


 

Artikel 1 - Inleiding

Deze richtlijn laat zien waar en onder welke voorwaarden men kan riggen in RAI Amsterdam. Voor elke locatie staat beschreven waar rigging mogelijk is en wat de maximale belasting is per ophangpunt, zowel voor verticale rigging (straight) als voor meersprongen (bridles).

Als u wilt riggen in ons complex dient de riggende partij 4 weken voor aanvang van een evenement of beurs een riggingplan te sturen naar de RAI Accountmanager van het betreffende evenement of beurs. Hoe het riggingplan er uit moet zien staat omschreven in dit document. Elk riggingplan wordt vervolgens beoordeeld op de criteria die in dit document staan vermeld. U ontvangt uiterlijk binnen 5 werkdagen een officiële reactie van de RAI, waarna eventuele aanpassingen gemaakt kunnen worden. 2 weken voor aanvang van het evenement of beurs moet er een definitieve versie overeengekomen zijn.

Hieronder ziet u een plattegrond van RAI Amsterdam (figuur 1). Elke hal, entreegebied en foyer heeft een eigen hoofdstuk, mits er rigging mogelijk is.

Figuur 1: Plattegrond RAI Amsterdam

 

Artikel 2 - Rigging richtlijnen

Over alle te nemen beslissingen geldt: veiligheid staat voorop!
Om te mogen riggen in de RAI moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:

Certificering bedrijf en personeel

  1. Rigging mag alleen worden aangenomen door VCA*, VCA** of Oshas 18001 of ISO 45001 gecertificeerde bedrijven.
  2. Elke aanwezige rigger moet in het bezit zijn van:
    • een geldig VCA certificaat (VCA-B of VCA-VOL).
    • aantoonbaar beschikken over een certificaat Elementaire Hijstechniek in de Entertainment Industrie, certificaat beursrigging of een variant hierop, zoals een National Rigging Certificate (UK), Arena Rigging Certificate van ETCP (USA), Rigstar Rigging certificate (USA), of een relevant VLPT rigging diploma (DUI).
    • Indien gewerkt wordt met een hoogwerker moet de bestuurder in het bezit zijn van een hoogwerker certificaat. De rigger is verantwoordelijk voor het feit dat er geen derden in zijn werkgebied aanwezig zijn.
      Iedereen die in een hoogwerker werkt, moet een fullbody veiligheidsharnas (EN361) dragen die met een veiligheidslijn (EN355) bevestigd is aan het ankerpunt in de werkbak.
    • Binnen het bereik van de hoogwerker zal een helm (EN397) worden gedragen door personen (grounders) die zich in de buurt bevinden.
  3. Eisen riggingplan

  4. Elk uitvoerende riggende partij moet in het bezit zijn van een door de RAI goedgekeurd riggingplan. In bijlage I is omschreven hoe het riggingplan bij de RAI moet worden aangeleverd. Uw RAI Account Manager kan tevens een voorbeeld meesturen.
  5. Elk gebouwdeel omschreven in dit document heeft een bijbehorende AutoCad-tekening waarop de beschikbare ophangpunten zijn aangegeven.
  6. De maximaal toelaatbare belasting aangegeven in dit handboek mag niet overschreden worden.
  7. Voor meersprongen (bridles) moet de binnenhoek kleiner zijn dan 120 graden.
  8. De maximaal toelaatbare belasting voor meesprongen is gebaseerd op tweesprongen. Voor meersprongen geldt dat de krachtverdeling op alle aangrijplocaties duidelijk berekend moeten worden.
  9. Dynamische lasten zijn niet toegestaan zonder expliciete toestemming van een door de RAI gekozen constructeur, op kosten van de opdrachtgever/aannemer.
  10. Rigging in de praktijk

  11. De rigging mag uitsluitend volgens plan worden uitgevoerd, eventuele veranderingen moeten kortgesloten worden met manager Technische Dienst van RAI Amsterdam.
  12. In geval van sneeuw geldt voor sommige gebouwdelen een afwijkende maximaal toelaatbare belasting. De RAI is gemachtigd een reeds goedgekeurde belasting tot een aanvaardbaar gewicht te laten reduceren.
  13. De dakconstructie mag geenszins beschadigd worden.
  14. Vaste elementen in het dak (zoals lampenkappen, lamellen, verduisteringsmechanieken, afvoerbuizen) mogen niet geraakt worden tijdens het riggen.
  15. Materiaalgebruik

  16. Er mag alleen ge-rigged worden met materialen die voorzien zijn van een CE markering. Voor partijen van buiten de EU geld dat de producten aantoonbaar moeten voldoen aan de ASME of gelijkwaardige richtlijn.
  17. De materialen moeten zijn voorzien van een WLL inscriptie of label.
  18. De maximaal toelaatbare belasting is 0,5 maal de (industriële) WLL.
  19. De materialen moeten minimaal één keer per jaar gekeurd zijn, het keuringsrapport moet op aanvraag binnen 24 uur verstrekt kunnen worden.
  20. De materialen moeten volgens instructies gebruikt worden.

Let op: De RAI behoudt zich het recht voor te allen tijden de rigging naar beneden te halen of een reeds goedgekeurde belasting te laten reduceren (bijvoorbeeld bij sneeuwval). De riggende partij dient zich ervan bewust te zijn dat de RAI controleert of de hangpunten conform richtlijnen en riggingplan zijn gemaakt. Indien niet wordt voldaan aan de afspraken, beschikt de RAI over de bevoegdheid de rigging af te keuren. De RAI is in het geval van afkeuring niet aansprakelijk voor enigerlei schade (zoals financiële schade of imago schade).

 

Artikel 3 - Entrance C: Luifel

Figuur 2: Ophangpunten Entrance C luifel

Hoogte ophangpunten:
hoogte onderrand = 9,50 m

In Entrance C is onder de luifel verticale rigging toegestaan op de aangegeven locaties (zie figuur 2). Aan het 2 dimensionale vakwerk zijn 65 ophangpunten mogelijk.

Let op: De luifel is voorzien van een duivennet, welke niet beschadigd mag worden.

Let op: Vanaf windkracht 6 moet alle rigging aan de luifel naar beneden gehaald worden.

Verticale rigging (straight)

  • Verticale rigging is toegestaan aan de onderrand van het 2D-vakwerk op de aangegeven locaties.
  • Per ophangpunt mag er maximaal 250 kg hangen

Meersprongen (bridles)

  • Het maken van meersprongen is niet toegestaan.

Sneeuwval

  • Indien er meer dan 5 centimeter sneeuw ligt, mag er niets hangen in Entrance C.

 

Artikel 4 - Holland Terrace

Figuur 3: Ophangpunten Holland terras

Hoogte ophangpunten:
lage deel = 9,50 m
hoge deel = 6,00 m

In het Holland Terras is verticale rigging toegestaan aan de ogen in het plafond. In totaal zijn er 97 mogelijke ophangpunten (zie figuur 3).

Verticale rigging (straight)

  • Aan de rode punten is rigging toegestaan aan de ogen.
  • Op de blauwe punten is rigging toegestaan aan de profielen.
    Let op: aan de 60 mm buizen tussen de blauwe punten is geen rigging toegestaan!
  • Per punt mag er maximaal 250 kg hangen.

Meersprongen (bridles)

  • Het maken van meersprongen is niet toegestaan.

Sneeuwval

  • Indien er meer dan 5 centimeter sneeuw ligt, mag er niets hangen in Entrance C.

 

Artikel 5 - Holland Lounge

Figuur 4: Ophangpunten in Holland Lounge

In de Holland Lounge is verticale rigging toegestaan aan ogen in het plafond. In totaal zijn er 9 mogelijke ophangpunten. (zie figuur 4).

Verticale rigging (straight)

  • Verticale rigging is toegestaan aan oogbouten in het plafond.
  • Per oog mag er maximaal 150 kg hangen.

Meersprongen (bridles)

  • Het maken van meersprongen is niet toegestaan.

Sneeuwval

  • Indien er meer dan 5 centimeter sneeuw ligt, mag er niets hangen in Entrance C.

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie:

Let op:
U moet gecertificeerde oogbouten (voorzien van CE en WLL) monteren voordat u kunt riggen. De schroefmaat van de oogbouten is M12.

 

Artikel 6 - Entrance F

Figuur 5: Ophangpunten Entrance F

Hoogte ophangpunten:
begane grond - hoogte = 9,50 m
1e verdieping - hoogte = 7,50 m

Entrance F bestaat uit een luifel en een ontvangsthal. Verticale rigging is mogelijk op de aangegeven locaties in figuur 5.
Aan de luifel is verticale rigging mogelijk aan de onderrand van het 2D- en 3D-vakwerk. In de ontvangsthal is verticale rigging toegestaan aan de dakliggers op minder dan 50 cm van het 2Dvakwerk.

Figuur 6: 3D model entreegebied F

Verticale rigging (straight)

  • Per punt mag er maximaal 200 kg hangen.

Meersprongen (bridles)

  • Het maken van meersprongen is niet toegestaan.

Sneeuwval

  • Geen beperking in geval van sneeuw.

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie

Let op:
Rigging aan de dakliggers op minder dan 50cm van het 2D-vakwerk
Rigging aan 2D vakwerk is niet toegestaan in verband met lichtlijnen.

 

Artikel 7 - Park Foyer

Figuur 7: Ophangpunten Park Foyer

Hoogte ophangpunten:
hoogte = 5,60 m

In de Park Foyer is verticale rigging ontvangsthal is verticale rigging toegestaan aan de dakliggers op minder dan 50 cm van het 2D-vakwerk.

Verticale rigging (straights)

  • Per punt mag er maximaal 200 kg hangen.

Meersprongen (bridles)

  • Het maken van meersprongen is niet toegestaan.

Sneeuwval

  • Geen beperkingen in geval van sneeuw.

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie

Let op:
Rigging aan de dakliggers op minder dan 50cm van het 2D-vakwerk
Rigging aan 2D vakwerk is niet toegestaan in verband met lichtlijnen.

 

Artikel 8 - Entrance K

Figuur 8: Aangrijplocaties Ingang K

Hoogte ophangpunten:
hoogte = 7,35 m

In Entrance K is verticale rigging toegestaan aan de ogen in het plafond. In totaal zijn er 69 mogelijke ophangpunten. Aan de groene punten zijn nog 5 additionele ophangpunten.

Verticale rigging (straight)

  • Aan de 69 'rode' ophangpunten geldt een maximale belasting van 250 kg.
  • Aan de 5 'groene' ophangpunten geldt een maximale belasting van 500 kg.

Meersprongen (bridles)

  • Het maken van meersprongen is niet toegestaan.

Sneeuwval

  • In geval van sneeuw gelden er geen beperkingen.

 

Artikel 9 - Hal 1

Figuur 9: Ophangpunten in Hal 1

In Hal 1 is rigging toegestaan aan de drukgordingen (zie figuur 9). De drukgording verbindt 39 bogen met elkaar. Elke boog kan maximaal 8.000 kg rigginglast hebben. De last moet verdeeld worden volgens tabel 1. Bij maximale belasting zijn er 480 mogelijke ophangpunten.

Figuur 10: Drukgording dakconstructie Hal 1

Tabel 1: Maximale belasting en gewichtsverdeling Hal 1 * 1 / 2 / 3 / 4
  Aan de staaf Aan de knoop Totaal gewicht per boogspant

Verticaal
Max. 650 kg Max. 650 kg 8.000 kg

Meersprongen (bridles)
Max. 300 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 300 kg verticale
last per staaf
Max. 650 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 650 kg verticale
last per knoop

Sneeuwval
(tussen 5 en 10 cm)
Beperking totaal
gewicht per boogspant
Beperking totaal
gewicht per boogspant
4.000 kg

Sneeuwval
(meer dan 10 cm)
Geen rigging mogelijk Geen rigging mogelijk 0 kg
1 Een staaf is het deel van de drukgording tussen twee knoopverbindingen (zie figuur 11).
2 Een knoop is waar twee delen van de drukgording verbonden zijn met het boogspant (zie figuur 11).
3 De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten verdeeld worden.
4 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.

 

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie

Met steel tegen knoopverbinding aan.

 

Balkenklem tegen knoopverbinding aan.

 

Let op: Langs de 1ste en 10e gording (boven de balkons) zijn alleen tweesprongen mogelijk, met een hoek tussen 91.6° en 120°.

 

Let op: Ter bescherming van de automatische verduistering:
Gebruik bij tweesprongen (bridles) tussen de 5e en 6e gording balkenklemmen (beamclamp) aan de 6 de gording.

 

Artikel 10 - Hal 2

Figuur 11: Ophangpunten in Hal 2

Hoogte ophangpunten:
hoogte = 7,35 m

In Hal 2 is verticale rigging toegestaan aan de knooppunten van de langsliggers. In totaal zijn er 131 mogelijke ophangpunten (zie figuur 11). De maximale toegestane belasting staat in tabel 2.

Figuur 12: Knooppunten in Hal 2

 

Tabel 2: Maximale belasting en gewichtsverdeling Hal 2 * 1 / 2
  Aan de staaf Aan de knoop

Verticaal
13 kg 300 kg

Meersprongen
(bridles)
Niet toegestaan Niet toegestaan

Sneeuwval
(tussen 5 cm)
Geen Rigging mogelijk Geen Rigging mogelijk
1 Een staaf is de horizontale verbinding tussen twee knooppunten.
2 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.

 

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie

De aanslag tussen diagonale en verticale staaf met jute (burlap) beschermen.

 

Artikel 11 - Hal 3

Figuur 13: Ophangpunten in Hal 3

Hoogte ophangpunten:
hoge deel = 10,00 m
lage deel = 8,00 m

In Hal 3 is verticale rigging toegestaan aan de knooppunten van de langsliggers In totaal zijn er 132 mogelijke ophangpunten (zie figuur 13). De maximale toegestane belasting staat in tabel 3.

Figuur 14: Knooppunten in Hal 3

 

Tabel 3: Maximale belasting en gewichtsverdeling Hal 3 * 1 / 2
  Aan de staaf Aan de knoop

Verticaal
13 kg 300 kg

Meersprongen
(bridles)
Niet toegestaan Niet toegestaan

Sneeuwval
(tussen 5 cm)
Geen Rigging mogelijk Geen Rigging mogelijk
1 Een staaf is de horizontale verbinding tussen twee knooppunten.
2 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.

 

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie

De aanslag tussen diagonale en verticale staaf met jute (burlap) beschermen.

 

Hangpunten in het lage deel van de hal.

 

Artikel 12 - Hal 4

Figuur 15: Ophangpunten Amtrium begane grond

Hoogte ophangpunten:
hoogte = 4,95 m

Figuur 16: Ophangpunten Amtrium 1e verdieping

Hoogte ophangpunten:
hoogte = 4,00 m

In het Amtrium is verticale rigging toegestaan aan de ogen in het plafond. In totaal zijn er 69 mogelijke ophangpunten op de ground floor en 74 ophangpunten op de first floor (figuur 16).

Verticale rigging (straight)

  • Verticale rigging is toegestaan aan oogbouten in het plafond.
  • Per oog mag er maximaal 125 kg hangen.

Meersprongen (bridles)

  • Het maken van meersprongen is niet toegestaan.

Sneeuwval

  • In geval van sneeuw gelden er geen beperkingen.

Ophangpunten

 

Artikel 13 - Hal 5

Figuur 17: Ophangpunten in Hal 5

Hoogte ophangpunten:
hoogte = 10,00 m

Hal 5 bestaat uit twee delen. De oudbouw (deel A) en de nieuw bouw (deel B). Beiden hebben afzonderlijke belastingen van het dak.

DEEL A & B
In Hal 5 deel A is verticale rigging toegestaan aan de knooppunten In totaal zijn er 484 mogelijke ophangpunten (zie figuur 17: Ophangpunten in Hal 5).
In hal 5 deel B verticale rigging toegestaan aan de knooppunten In totaal zijn er 140 mogelijke ophangpunten (zie figuur 17: Ophangpunten in Hal 5)

Figuur 18: Knooppunten in Hal 5

 

Tabel 4A: Maximale belasting en gewichtsverdeling Hal 5A * 1 / 2 / 3
  Aan de staaf Aan de knoop

Verticaal
25 kg 300 kg

Meersprongen
Niet toegestaan Niet toegestaan

Sneeuwval
(meer dan 5 cm)
Geen rigging mogelijk Geen rigging mogelijk
1 Een staaf is de horizontale verbinding tussen twee knooppunten.
2 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
3 Indien een hoge of lage knoop wordt gebruikt moet de belasting in de naastgelegen lage knoop evenredig verminderd worden. Twee knopen naast elkaar mogen opgeteld maximaal 300 Kg zijn.
Tabel 4B: Maximale belasting en gewichtsverdeling Hal 5B * 1 / 2 / 3
  Aan de staaf Aan de knoop

Verticaal
25 kg 750 kg

Meersprongen
Niet toegestaan Niet toegestaan

Sneeuwval
(meer dan 5 cm)
Geen Rigging mogelijk Geen Rigging mogelijk
1 Een staaf is de horizontale verbinding tussen twee knooppunten.
2 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
3 Indien een hoge of lage knoop wordt gebruikt moet de belasting in de naastgelegen lage knoop evenredig verminderd worden. Twee knopen naast elkaar mogen opgeteld maximaal 300 Kg zijn.

 

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie

De aanslag tussen diagonale en verticale staaf met jute (burlap) beschermen.

 

Artikel 14 - Hal 6

Figuur 19: Ophangpunten in Hal 6

In Hal 6 is rigging toegestaan aan de onder- en bovenrand van het driedimensionale vakwerk. Om Hal 6 maximaal te benutten is deze fictief opgedeeld in 4 'rigging vakken' (zie figuur 19). In ieder vak mag maximaal 12.500 kg hangen. Het gewicht is als volgt te verdelen:

Tabel 6: Gewichtsverdeling op de staven * 1 / 2 / 3 / 4 / 5
Totale rigginglast
per vak
tot 2.500 kg 2.500 - 5.000 kg 5.000 - 12.500 kg

Verticaal
(boven of onderrand
Max. 300 kg per staaf Max. 300 kg per staaf Max. 250 kg per staaf

Meersprongen
(boven of onderrand)
Max. 300 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 150 kg verticale last
per staaf
Max. 250 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 125 kg verticale last
per staaf
Max. 250 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 125 kg verticale last
per staaf

Sneeuwval
(meer dan 5 cm)
Geen beperking Geen beperking Max. 150 kg per staaf
Max. 150 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 75 kg verticale last
per staaf
1 Een staaf is een deel van de onder of bovenrand tussen twee knooppunten.
2 De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per staaf verdeeld worden.
3 Om de lichtlijnen onder de staven mag niet gehangen worden (zie CAD-tekening RAI).
4 Als een staaf in de bovenrand en naastgelegen staaf in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze staven gehalveerd.
5 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.

 

Tabel 7: Gewichtsverdeling op knopen * 1 / 2 / 3 / 4
Totale rigginglast
per vak
tot 2.500 kg 2.500 - 5.000 kg 5.000 - 12.500 kg

Verticaal
(boven of onderrand
Max. 600 kg per knoop Max. 500 kg per knoop Max. 300 kg per knoop

Meersprongen
bridles
(boven of onderrand)
Max. 1.200 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 600 kg verticale last
per knoop
Max. 1.000 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 500 kg verticale last
per knoop
Max. 600 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 300 kg verticale last
per knoop

Sneeuwval
(meer dan 5 cm)
Geen beperking
Geen beperking
Max. 150 kg per knoop
Max. 300 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 150 kg verticale last
per knoop
1 Om de lichtlijnen onder de knopen mag niet gehangen worden (zie CAD-tekening RAI).
2 Als een knoop in de bovenrand en naastgelegen knoop in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze knopen gehalveerd.
3 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
4 Voor het hangen aan de knopen gelden gebruiksregels (zie bijlage II).

 

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

Let op:
Sla bij meersprongen (bridles) aan in de richting van het hijspunt.

 

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

Let op:
Alleen mogelijk daar waar de dakplaat de steel niet belemmerd (zie CAD tekening).

 

Artikel 15 - Hal 7

Figuur 20: Ophangpunten in Hal 7

Hoogte ophangpunten:
hoogte = 10,40 m

Let op:
In bovenstaande figuur zijn de onderrand en de knopen in de bovenrand van het driedimensionale vakwerk weergegeven.

In Hal 7 is rigging toegestaan aan de onder- en bovenrand van het driedimensionale vakwerk. Om Hal 7 maximaal te benutten is deze fictief opgedeeld in 16 'rigging vakken' (zie figuur 20). In ieder vak mag maximaal 25.000 kg hangen. Het gewicht is als volgt te verdelen:

Tabel 8: Gewichtsverdeling op de staven * 1 / 2 / 3 / 4 / 5
Totale rigginglast
per vak
tot 6.250 kg 6.250 - 12.500 kg 12.500 - 25.000 kg

Verticaal
(boven of onderrand
Max. 300 kg per staaf Max. 300 kg per staaf Max. 250 kg per staaf

Meersprongen
(boven of onderrand)
Max. 300 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 150 kg verticale last
per staaf
Max. 250 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 125 kg verticale last
per staaf
Max. 250 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 125 kg verticale last
per staaf

Sneeuwval
(meer dan 5 cm)
Geen beperking Geen beperking Max. 150 kg per staaf
Max. 150 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 75 kg verticale last
per staaf
1 Een staaf is een deel van de onder of bovenrand tussen twee knooppunten.
2 De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per staaf verdeeld worden.
3 Om de lichtlijnen onder de staven mag niet gehangen worden (zie CAD-tekening RAI).
4 Als een staaf in de bovenrand en naastgelegen staaf in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze staven gehalveerd.
5 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.

 

Tabel 9: Gewichtsverdeling op knopen * 1 / 2 / 3 / 4
Totale rigginglast
per vak
tot 6.250 kg 6.250 - 12.500 kg 12.500 - 25.000 kg

Verticaal
(boven of onderrand
Max. 600 kg per knoop Max. 500 kg per knoop Max. 300 kg per knoop

Meersprongen
bridles
(boven of onderrand)
Max. 1.200 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 600 kg verticale last
per knoop
Max. 1.000 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 500 kg verticale last
per knoop
Max. 600 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 300 kg verticale last
per knoop

Sneeuwval
Geen beperking
Geen beperking
Max. 150 kg per knoop
Max. 300 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 150 kg verticale last
per knoop
1 Om de lichtlijnen onder de knopen mag niet gehangen worden (zie CAD-tekening RAI).
2 Als een knoop in de bovenrand en naastgelegen knoop in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze knopen gehalveerd.
3 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
4 Voor het hangen aan de knopen gelden gebruiksregels (zie bijlage II).

 

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

Let op:
Sla bij meersprongen (bridles) aan in de richting van het hijspunt.

 

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

Let op:
Alleen mogelijk daar waar de dakplaat de steel niet belemmerd (zie CAD tekening).

 

Artikel 16 - Hal 8

Figuur 21:
Ophangpunten in Hal 8

In Hal 8 is rigging toegestaan aan de boven- en onderrand van het driedimensionale vakwerk. Om Hal 8 maximaal te benutten is deze fictief opgedeeld in 12 "rigging vakken" (zie figuur 21). Per vak mag er maximaal 22.500 kg hangen. De gewichten zijn als volgt te verdelen:

Tabel 10: Gewichtsverdeling op de staven * 1 / 2 / 3 / 4 / 5 / 6
Totale rigginglast
per vak
tot 10.000 kg 10.000 - 22.500 kg

Verticaal
(boven of onderrand
Max. 500 kg per staaf Max. 500 kg per staaf

Meersprongen
(boven of onderrand)
Max. 500 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 250 kg verticale last
per staaf
Max. 400 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 200 kg verticale last
per staaf

Sneeuwval
(meer dan 5 cm)
Max. 160 kg per staaf.
Max. 250 kg per bridles,
waarbij geldt:
max. 125 kg verticale last
per staaf
Meer dan 10.000 kg
per vak niet mogelijk,
zie eisen onder 10.000 kg.
1 Een staaf is een deel van de onder of bovenrand tussen twee knooppunten.
2 De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per staaf verdeeld worden.
3 Om de lichtlijnen onder de staven mag niet gehangen worden (zie CAD-tekening RAI).
4 Als een staaf in de bovenrand en naastgelegen staaf in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze staven gehalveerd.
5 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
6 Indien de RAI LIVE schermen in hun constructie hangen gelden beperkingen (zie bijlage II).

 

Tabel 11: Gewichtsverdeling op knopen * 1 / 2 / 3 / 4 / 5 / 6
Totale rigginglast
per vak
tot 10.000 kg 10.000 - 22.500 kg

Verticaal
(boven of onderrand
Max. 900 kg per knoop Max. 900 kg per knoop

Meersprongen
(boven of onderrand)
Max. 1.800 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 900 kg verticale last
per knoop
Max. 1.800 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 900 kg verticale last
per knoop

Sneeuwval
(meer dan 5 cm)
Max. 450 kg per knoop
Max. 900 kg per bridles,
waarbij geldt:
max. 450 kg verticale last
per knoop.
Meer dan 10.000 kg per vak
niet mogelijk,
zie eisen onder 10.000 kg
1 De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per knoop verdeeld worden.
2 Als een knoop in de bovenrand en naastgelegen knoop in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze knopen gehalveerd.
3 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
4 Voor het hangen aan de knopen gelden gebruiksregels, zie "Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie" hieronder.
5 Indien de RAI LIVE schermen in hun constructie hangen gelden beperkingen (zie bijlage II).
6 Rigging aan de ogen onder de knopen is niet toegestaan

 

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

Let op:
Sla bij meersprongen (bridles) aan in de richting van het hijspunt.

 

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

 

Let op:
Steel onder aanwezige kabels doortrekken.

 

Artikel 17 - Hal 9

Figuur 22: Ophangpunten in Hal 9 (MFP)

Hoogte ophangpunten:
hoogte hal = 5,70 m
hoogte Corridor = 4,40 m

In Hal 9 (MFP) is verticale rigging mogelijk aan ophangogen in het plafond. Er zijn in totaal 204 mogelijke ophangpunten. 180 ophangpunten bevinden zich op 5,7 meter hoogte (hal) en 24 ophangpunten bevinden zich op 4,4 meter hoogte (corridor).

Verticale rigging (straight)

  • Aan de ophangpunten geldt een maximale belasting van 125 kg.

Meersprongen (bridles)

  • Het maken van meersprongen is niet toegestaan.

Sneeuwval

  • In geval van sneeuw gelden er geen beperkingen.

Hangpunten

 

 

Artikel 18 - Hal 10

Figuur 23: Ophangpunten in Hal 10

Let op:
In bovenstaande figuur zijn de onderrand en de knopen in de bovenrand van het driedimensionale vakwerk weergegeven.

In Hal 10 is rigging toegestaan aan de boven- en onderrand van het driedimensionale vakwerk. Om Hal 10 maximaal te benutten is deze fictief opgedeeld in 4 'rigging vakken' (zie figuur 23). Per vak mag er maximaal 22.500 kg hangen. De gewichten zijn als volgt te verdelen:

Tabel 14: Gewichtsverdeling op de staven * 1 / 2 / 3 / 4 / 5 / 6
Totale rigginglast
per vak
tot 10.000 kg 10.000 - 22.500 kg

Verticaal
(boven of onderrand
Max. 500 kg per staaf Max. 500 kg per staaf

Meersprongen
(boven of onderrand)
Max. 500 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 250 kg verticale last
per staaf
Max. 400 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 200 kg verticale last
per staaf

Sneeuwval
(meer dan 5 cm)
Max. 160 kg per staaf.
Max. 250 kg per bridles,
waarbij geldt:
max. 125 kg verticale last
per staaf
Meer dan 10.000 kg
per vak niet mogelijk,
zie eisen onder 10.000 kg.
1 Een staaf is een deel van de onder of bovenrand tussen twee knooppunten.
2 De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per staaf verdeeld worden.
3 Om de lichtlijnen onder de staven mag niet gehangen worden (zie CAD-tekening RAI).
4 Als een staaf in de bovenrand en naastgelegen staaf in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze staven gehalveerd.
5 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
6 Indien de RAI LIVE schermen in hun constructie hangen gelden beperkingen (zie bijlage II).

 

Tabel 15: Gewichtsverdeling op knopen * 1 / 2 / 3 / 4 / 5 / 6
Totale rigginglast
per vak
tot 10.000 kg 10.000 - 22.500 kg

Verticaal
(boven of onderrand
Max. 900 kg per knoop Max. 900 kg per knoop

Meersprongen
(boven of onderrand)
Max. 1.800 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 900 kg verticale last
per knoop
Max. 1.800 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 900 kg verticale last
per knoop

Sneeuwval
(meer dan 5 cm)
Max. 450 kg per knoop
Max. 900 kg per bridles,
waarbij geldt:
max. 450 kg verticale last
per knoop.
Meer dan 10.000 kg per vak
niet mogelijk,
zie eisen onder 10.000 kg
1 De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per knoop verdeeld worden.
2 Als een knoop in de bovenrand en naastgelegen knoop in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze knopen gehalveerd.
3 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
4 Voor het hangen aan de knopen gelden gebruiksregels, zie "Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie" hieronder.
5 Indien de RAI LIVE schermen in hun constructie hangen gelden beperkingen (zie bijlage II).
6 Rigging aan de ogen onder de knopen is niet toegestaan

 

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

Let op:
Sla bij meersprongen (bridles) aan in de richting van het hijspunt.

 

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

 

Let op:
Steel onder aanwezige kabels doortrekken.

 

Artikel 19 - Hal 11

Figuur 24: Ophangpunten in Hal 11

Let op:
In bovenstaande figuur zijn de onderrand en de knopen in de bovenrand van het driedimensionale vakwerk weergegeven.

In Hal 11 is rigging toegestaan aan de boven- en onderrand van het driedimensionale vakwerk. Om Hal 11 maximaal te benutten is deze fictief opgedeeld in 4 'rigging vakken' (zie figuur 24). Per vak mag er maximaal 22.500 kg hangen. De gewichten zijn als volgt te verdelen:

Tabel 12: Gewichtsverdeling op de staven * 1 / 2 / 3 / 4 / 5 / 6
Totale rigginglast
per vak
tot 10.000 kg 10.000 - 22.500 kg

Verticaal
(boven of onderrand
Max. 500 kg per staaf Max. 500 kg per staaf

Meersprongen
(boven of onderrand)
Max. 500 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 250 kg verticale last
per staaf
Max. 400 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 200 kg verticale last
per staaf

Sneeuwval
(meer dan 5 cm)
Max. 160 kg per staaf.
Max. 250 kg per bridles,
waarbij geldt:
max. 125 kg verticale last
per staaf
Meer dan 10.000 kg
per vak niet mogelijk,
zie eisen onder 10.000 kg.
1 Een staaf is een deel van de onder of bovenrand tussen twee knooppunten.
2 De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per staaf verdeeld worden.
3 Om de lichtlijnen onder de staven mag niet gehangen worden (zie CAD-tekening RAI).
4 Als een staaf in de bovenrand en naastgelegen staaf in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze staven gehalveerd.
5 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
6 Indien de RAI LIVE schermen in hun constructie hangen gelden beperkingen (zie bijlage II).

 

Tabel 13: Gewichtsverdeling op knopen * 1 / 2 / 3 / 4 / 5 / 6
Totale rigginglast
per vak
tot 10.000 kg 10.000 - 22.500 kg

Verticaal
(boven of onderrand
Max. 900 kg per knoop Max. 900 kg per knoop

Meersprongen
(boven of onderrand)
Max. 1.800 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 900 kg verticale last
per knoop
Max. 1.800 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 900 kg verticale last
per knoop

Sneeuwval
(meer dan 5 cm)
Max. 450 kg per knoop
Max. 900 kg per bridles,
waarbij geldt:
max. 450 kg verticale last
per knoop.
Meer dan 10.000 kg per vak
niet mogelijk,
zie eisen onder 10.000 kg
1 De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per knoop verdeeld worden.
2 Als een knoop in de bovenrand en naastgelegen knoop in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze knopen gehalveerd.
3 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
4 Voor het hangen aan de knopen gelden gebruiksregels, zie "Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie" hieronder.
5 Indien de RAI LIVE schermen in hun constructie hangen gelden beperkingen (zie bijlage II).
6 Rigging aan de ogen onder de knopen is niet toegestaan

 

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

Let op:
Sla bij meersprongen (bridles) aan in de richting van het hijspunt.

 

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

 

Let op:
Steel onder aanwezige kabels doortrekken.

 

Artikel 20 - Hal 12

Figuur 25: Ophangpunten in Hal 12

Let op:
In bovenstaande figuur zijn de onderrand en de knopen in de bovenrand van het driedimensionale vakwerk weergegeven.

In Hal 12 is rigging toegestaan aan de boven- en onderrand van het driedimensionale vakwerk. Om Hal 12 maximaal te benutten is deze fictief opgedeeld in 4 'rigging vakken' (zie figuur 25). Per vak mag er maximaal 50.000 kg hangen. De gewichten zijn als volgt te verdelen:

Tabel 16: Gewichtsverdeling op de staven * 1 / 2 / 3 / 4 / 5 / 6
Totale rigginglast
per vak
tot 22.500 kg 22.500 - 50.000 kg

Verticaal
(boven of onderrand
Max. 500 kg per staaf Max. 500 kg per staaf

Meersprongen
(boven of onderrand)
Max. 500 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 250 kg verticale last
per staaf
Max. 400 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 200 kg verticale last
per staaf

Sneeuwval
(meer dan 5 cm)
Max. 160 kg per staaf.
Max. 250 kg per bridles,
waarbij geldt:
max. 125 kg verticale last
per staaf
Meer dan 10.000 kg
per vak niet mogelijk,
zie eisen onder 10.000 kg.
1 Een staaf is een deel van de onder of bovenrand tussen twee knooppunten.
2 De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per staaf verdeeld worden.
3 Om de lichtlijnen onder de staven mag niet gehangen worden (zie CAD-tekening RAI).
4 Als een staaf in de bovenrand en naastgelegen staaf in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze staven gehalveerd.
5 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
6 Indien de RAI LIVE schermen in hun constructie hangen gelden beperkingen (zie bijlage II).

 

Tabel 17: Gewichtsverdeling op knopen * 1 / 2 / 3 / 4 / 5 / 6
Totale rigginglast
per vak
tot 22.500 kg 22.500 - 50.000 kg

Verticaal
(boven of onderrand
Max. 900 kg per knoop Max. 900 kg per knoop

Meersprongen
(boven of onderrand)
Max. 1.800 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 900 kg verticale last
per knoop
Max. 1.800 kg per bridles
waarbij geldt:
max. 900 kg verticale last
per knoop

Sneeuwval
(meer dan 5 cm)
Max. 450 kg per knoop
Max. 900 kg per bridles,
waarbij geldt:
max. 450 kg verticale last
per knoop.
Meer dan 10.000 kg per vak
niet mogelijk,
zie eisen onder 10.000 kg
1 De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per knoop verdeeld worden.
2 Als een knoop in de bovenrand en naastgelegen knoop in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze knopen gehalveerd.
3 Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
4 Voor het hangen aan de knopen gelden gebruiksregels, zie "Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie" hieronder.
5 Indien de RAI LIVE schermen in hun constructie hangen gelden beperkingen (zie bijlage II).
6 Rigging aan de ogen onder de knopen is niet toegestaan

 

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

Let op:
Sla bij meersprongen (bridles) aan in de richting van het hijspunt.

 

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

 

Let op:
Steel onder aanwezige kabels doortrekken.

 

Artikel 21 - Hal 13


De verdikte lijnen geven rails weer.
In deze rails zijn op de aangegeven locaties hangpunten
te maken met speciaal ontwikkelde hijsmiddelen,
mits er geen afscheidingswand in de rails is geplaatst.
Deze zijn verkrijgbaar bij de afdeling Technical Service.

Figuur 26: Ophangpunten Elicium Ballroom

Hoogte ophangpunten:
hoogte rood = 6,80 m
hoogte groen = 6,80 m
hoogte blauw = 8,70

In de Ballroom van het Elicium is verticale rigging mogelijk aan ophangogen in het plafond. Er zijn in totaal 92 mogelijke ophangpunten. 62 ophangpunten bevinden zich op 6.80 meter hoogte (zie rode en groene stippen in figuur 26) en 30 ophangpunten bevinden zich op 8.70 meter hoogte (zie blauwe stippen in figuur 26).

Let op: In het dak loopt een rails (zie figuur 26). Op de aangegeven locaties (groene stippen) kunnen speciaal ontwikkelde ophangogen gemonteerd worden, mits er geen afscheidingswand in de rails is geplaatst. Deze ophangogen dienen aangevraagd te worden via de Account Manager van de RAI.

Verticale rigging (straight)

  • Aan de 25 'rode' ophangpunten geldt een maximale belasting van 125 kg.
  • Aan de 37 'groene' ophangpunten geldt een maximale belasting van 125 kg.
  • Aan de 30 'blauwe' ophangpunten geldt:
    • Als één van de twee naast elkaar liggende ophangogen belast wordt, is de maximale belasting 125 kg.
    • Als twee van de twee naast elkaar liggende ophangogen belast worden, is de maximale belasting 62.5 kg.

Meersprongen (bridles)

  • Het maken van meersprongen is niet toegestaan.

Sneeuwval

  • In geval van sneeuw gelden er geen beperkingen.

 

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie

Groene ophangpunten


Let op: De railogen dienen haaks op de rail geplaatst te worden.

 

Rode ophangpunten

 

Blauwe ophangpunten

 

Artikel 22 - Auditorium Lounge en Onyx Lounge

Figuur 27: Ophangpunten Auditorium Lounge en Onyx Lounge

Hoogte ophangpunten:
hoogte = 3,74 m
Tussen ophangpunten
↔ = 7,50 m
↨ = 3,75 m

In de Auditorium Lounge en Onyx Lounge is verticale rigging toegestaan aan ogen in het plafond In totaal zijn er 34 mogelijke ophangpunten (zie figuur 27).

Verticale rigging (straight)

  • Verticale rigging is toegestaan aan oogbouten in het plafond.
  • Per oog mag er maximaal 150 kg hangen.

Meersprongen (bridles)

  • Het maken van meersprongen is niet toegestaan.

Sneeuwval

  • In geval van sneeuw gelden er geen beperkingen.

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie:

Let op:
U moet gecertificeerde oogbouten (voorzien van CE en WLL) monteren voordat u kunt riggen. De schroefmaat van de oogbouten is M12.

 

Artikel 23 - Upper Lounge en Emerald Lounge

Figuur 28: Ophangpunten Upper Lounge en Emerald Lounge

Hoogte ophangpunten:
hoogte = 3,74 m

In de Upper Lounge en Emerald Lounge is verticale rigging toegestaan aan ogen in het plafond. In totaal zijn er 16 mogelijke ophangpunten (zie figuur 28).

Verticale rigging (straight)

  • Verticale rigging is toegestaan aan oogbouten in het plafond.
  • Per oog mag er maximaal 150 kg hangen.

Meersprongen (bridles)

  • Het maken van meersprongen is niet toegestaan.

Sneeuwval

  • In geval van sneeuw gelden er geen beperkingen.

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie:

Let op:
U moet gecertificeerde oogbouten (voorzien van CE en WLL) monteren voordat u kunt riggen. De schroefmaat van de oogbouten is M12.

 

Artikel 24 - Diamond Lounge

Figuur 29: Ophangpunten Diamond Lounge

Hoogte ophangpunten:
hoogte = 3,50 m

In de Diamond Lounge is verticale rigging toegestaan aan ogen in het plafond. In totaal zijn er 24 ophangpunten in de Diamond Lounge (zie figuur 29).

Verticale rigging (straight)

  • Verticale rigging is toegestaan aan oogbouten in het plafond.
  • Per oog mag er maximaal 150 kg hangen.

Meersprongen (bridles)

  • Het maken van meersprongen is niet toegestaan.

Sneeuwval

  • Niet van toepassing.

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie:

Let op:
U moet gecertificeerde oogbouten (voorzien van CE en WLL) monteren voordat u kunt riggen. De schroefmaat van de oogbouten is M12.

 

Artikel 25 - Europe Foyer 1 en 2

Figuur 30: Ophangpunten Europe Foyer 1 en 2

Hoogte ophangpunten:
hoogte = 3,10 m

In Europa Foyer 1 en 2 is verticale rigging toegestaan aan ogen in het plafond In totaal zijn er 96 mogelijke ophangpunten (zie figuur 30). Het plaatsen van eigen hijsogen is niet toegestaan.

Verticale rigging (straight)

  • Verticale rigging is toegestaan aan oogbouten in het plafond.
  • Per oog mag er maximaal 150 kg hangen.

Meersprongen (bridles)

  • Het maken van meersprongen is niet toegestaan.

Sneeuwval

  • In geval van sneeuw gelden er geen beperkingen.

 

Artikel 26 - Room G102

Figuur 31: Ophangpunten G 102

In Room G102 zijn 21 ophangpunten. De ophangpunten zijn als volgt te gebruiken:

Verticale rigging (straight)

  • Verticale rigging is toegestaan aan oogbouten in het plafond.
  • Er mag maximaal 150 kg hangen per oog.
  • Per cluster mag maximaal 150 kg hangen, te verdelen over de ophangpunten in het cluster

Meersprongen (bridles)

  • Het maken van meersprongen is niet toegestaan.

Sneeuwval

  • In geval van sneeuw gelden er geen beperkingen.

Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie:

Let op:
U moet gecertificeerde oogbouten (voorzien van CE en WLL) monteren voordat u kunt riggen. De schroefmaat van de oogbouten is M12.

 

Artikel 27 - Room E103 - E108

Figuur 32: Ophangpunten E 103-E 108

In Room E103, E104, E105, E106, E107 en E108 is rigging mogelijk aan de ophangpunten. De ophangpunten zijn als volgt te gebruiken:

Verticale rigging (straight)

  • Verticale rigging is toegestaan aan oogbouten in het plafond.
  • Er mag maximaal 150 kg hangen per oog.

Meersprongen (bridles)

  • Het maken van meersprongen is niet toegestaan.

Sneeuwval

  • In geval van sneeuw geldt er geen beperking.

Ophangpunten

 

Artikel 28 - Zaalplafond Auditorium

Figuur 33: Ophangpunten Zaalplafond Auditorium

In totaal kan er in de grote zaal van het auditorium 27.500 kg gehangen worden. Er mag alleen gehangen worden aan de spantconstructies boven de doorvoergaten in het plafond (de aangegeven punten in de tekening).

Aandacht moet worden besteed bij het omhoog lopen van de takels dat deze het plafond niet raken (gipsplaat). Zorg dat de kettingen loodrecht naar beneden lopen bij het inhangen en hijsen.

Figuur 34: Rechte spanten

Figuur 35: Schuine spanten

Verticale rigging

  • Maximaal 800 kg per zone per spant. Een zone is twee naast elkaar liggende rijen met punten.

Meersprongen(bridles)

  • Het maken van meersprongen is niet toegestaan.

Sneeuwval

  • Niet van toepassing

Spant ter hoogte van congresrollen

Figuur 36: locatie van punten op spant 19

Figuur 37: zijaanzicht spant 19

Aan het spant boven het voortoneel (eerste zaalbrug) is verticale rigging toegestaan. De uiteinden van het spant (blauwe punten) zijn gereserveerd voor de Line array van de RAI. Indien de Line array niet is ingehangen is hier een punt van 1000 kg mogelijk.

Tussen de blauwe en rode hangpunten is rigging niet mogelijk. Tussen de rode hangpunten is rigging op de boven en onderregel mogelijk. De maximale belasting tussen twee hangpunten mag de belasting van een hangpunt niet overschrijden.

Verticale rigging

  • Maximaal 1950 kg totaal op het spant (max. 3050 kg zonder line array)
  • Maximaal 700 kg per rood hangpunt, tussen twee rode hangpunten mag er slechts 1 punt worden gecreëerd
  • Maximaal 1000 kg per blauw hangpunt (gereserveerd voor Line Array)
  • Maximaal 700 kg tussen twee rode hangpunten
  • Maximaal 700 kg op het uiteinde van de rode staven (max. 1000 kg puntlast)

Meersprongen (bridles)

  • Het maken van meersprongen is niet toegestaan.

Sneeuwval

  • Niet van toepassing

 

Artikel 29 - Toneeltoren Auditorium

Figuur 38: Trekkenplan

Dimensies:
breedte trek = 20,40 m
max. trekhoogte = 18,20 m
min. trekhoogte = 0,30 m
max. snelheid = 1,80 m/s
roede diameter = 50 mm

In figuur 38 zijn de trekken weergegeven. De trekkenwand wordt aangestuurd met een BBH computer. De installatie bestaat uit 50 trekken en 2 zijtrekken. De totale maximale belasting van de trekkenwand is 25.000 kg.

Verticale rigging trekken

  • Maximale belasting per trek 500 kg
  • Puntbelasting onder de staalkabel 150 kg
  • Puntbelasting tussen de staalkabels 75 kg
  • Verdeelde belasting 125 kg/m

Figuur 39: dakconstructie hoge spanten

Figuur 40: dakconstructie lage spanten

Dimensies:
hoogte hoge spant = 21,75 m
hoogte lage spant = 19,85 m

In figuur 39 en 40 is de dakconstructie van de toneeltoren weergegeven Het gewicht dat aan de dakconstructie kan hangen is voor een deel afhankelijk van de belasting in de trekken.

De maximale belasting van de toren is 34.000 kg. Hier gaat nog de sneeuwbelasting (9000 kg) en de gebruikte belasting in de trekken af.

In onderstaand diagram is per belastingniveau van de trekkenwand weergegeven wat er nog extra aan de dakconstructie gehangen mag worden.

Trekbelasting 0 tot 50% 2 50 tot 75% 2 75 tot 100% 2
Maximale belasting
per spant
9.000 kg 4.000 kg 4.000 kg
Spanten (per staaf) 1

Verticaal
1.500 kg 830 kg 830 kg

Meersprongen
(onderrand)
500 kg 500 kg 500 kg

Meersprongen
(bovenrand)
300 kg 300 kg 300 kg

Sneeuwval
Geen beperking Geen beperking Geen rigging
1 Een staaf is een deel van de onder of bovenrand tussen twee knooppunten.
2 Berekening maximale kapbelasting = 25.00 kg (gewicht in trekken) = maximaal toelaatbaar.

 

De gordingen (tussen 2 knoop punten)
Verticaal Max. 750 kg 1
Meersprong Max. 250 kg
Sneeuwval Geen beperking
1 Let op: Indien er meersprongen worden gebruikt mag bij gelijktijdige verticale rigging de meersprong belasting niet worden overschrijden.

 

De hoofdliggers (tussen 2 knoop punten)
Verticaal Max. 3.000 kg 1
Meersprong Max. 600 kg
Sneeuwval Geen beperking
1 Let op: Indien er meersprongen worden gebruikt mag bij gelijktijdige verticale rigging de meersprong belasting niet worden overschrijden.

Spantconstructie

 

Artikel 30 - Forum

Figuur 41: Ophangpunten Forum zaal

In figuur 41 zijn de ophangpunten in het forum weergegeven. Naast deze ophangpunten zijn er nog 3 vrije trekken de gebruikt kunnen worden boven het podium waarvan de voorste een gedeelde trek is.

Verticale rigging hangpunten

  • 14 Hangpunten van maximaal 250 kg.

Verticale rigging trekken

  • Maximale belasting per trek 100 kg
  • Puntbelasting onder de staalkabel 75 kg
  • Puntbelasting tussen de staalkabels 40 kg

Meersprongen (bridles)

  • Het maken van meersprongen is niet toegestaan.

Sneeuwval

  • Niet van toepassing.

Dak doorvoer en ophangpunt

 

Bijlage I: Eisen riggingplan

In onderstaande tabel is weergegeven hoe een riggingplan bij de RAI aangeleverd moet worden. Stuur het riggingplan naar de Accountmanager van RAI Amsterdam. Onvolledige rigging plannen worden niet beoordeeld en derhalve ook niet goedgekeurd. Op verzoek kan de RAI een voorbeeld verstrekken van een goed riggingplan.

Onderdeel riggingplan Eisen per onderdeel Door wie
1. Hijspuntenplan
(aanleveren in dwg en kopie in pdf)
Ingetekend op CAD-tekening
van RAI Amsterdam 1:
  1. De te hijsen objecten;
  2. Hijsmiddelen (trussen, hulptrussen, takels e.d.);
  3. De locaties van de hijspunten met referentienummer (corresponderend met de Excelsheet);
  4. F verticaal per hijspunt;
  5. F verticaal per aangrijplocatie van de bridles.
Verantwoordelijke
rigging bedrijf
2. Berekend gewicht
van de lasten

(aanleveren in de Excelsheet)
Ingevuld in het rigging calculations format van RAI Amsterdam
  1. Referentienummer per hijspunt;
  2. Productnaam, type en gewicht van alle objecten die tot de hijslast behoren (incl. hijsmiddelen);
  3. Totaalgewicht per hijspunt/aangrijplocatie.
Verantwoordelijke
rigging bedrijf
3. Berekening gewicht
van de lasten met een bridles

(aanleveren in de Excelsheet)
Ingevuld in het rigging calculations format van RAI Amsterdam
  1. Referentienummer per hijspunt
  2. Productnaam, type en gewicht van alle objecten die tot de hijslast behoren (incl. hijsmiddelen);
  3. Berekende verticale krachten op de hijspunten/ aangrijplocaties;
  4. De bridles hoek.
Verantwoordelijke
rigging bedrijf
3. Totaal gewicht van
meerdere hangpunten op
een spant deel

(aanleveren in de Excelsheet)
Ingevuld in het rigging calculations format van RAI Amsterdam
  1. Indien er op een punt op het spant/hangpunt meerdere krachten aangrijpen dient het opgetelde gewicht van deze punten te worden weergegeven in de laatste kolom van de Excel sheet.
Verantwoordelijke
rigging bedrijf
1 Elk gebouwdeel uit dit rigging handboek heeft een bijbehorende CAD-tekening waarin de mogelijke ophangpunten zijn aangegeven.

 

Bijlage II: RAI Live beperkingen Hal 8, 9, 10, 11 en 12

In Hal 8, 9, 10, 11 en 12 hangt een constructie waaraan RAI LIVE informatie schermen opgetakeld kunnen worden. Indien de schermen in de constructie hangen, gelden de volgende rigging beperkingen:

  • In het gebied van de stippellijnen in figuur 42 geldt dat de maximaal toelaatbare gewichten van Hal 8 t/m 12 gehalveerd moeten worden.

 

Let op: Er gelden geen beperkingen als de schermen niet in de constructie hangen en de katrijbalk tussen 4 hangpunten is geplaatst (deze locatie is aangegeven met een zwarte pijl).

 

Figuur 42: Gebied met rigging beperking rondom RAI LIVE constructie

 

Rigging in de RAI NL - Versie 1.7 - 2021