logo

Bijlage 4e - Handboek Rigging in de RAI

Inhoudsopgave

DocumentnaamRigging in de RAI NL – versie 2.0
StatusDefinitief
Datum18-03-2026
Voorgaande edities
  • RigginginderaiNL – Versie 1.6 (1 juli 2015)
  • Rigging in de RAI – Versie 1.7 (1 september 2020)
DocumenttitelRigging in de RAI
Richtlijnen voor riggers
AuteursThomas Sluiter (versie 1.7) (RAI Amsterdam)
Rick Damoiseaux, Thijs van Gelderen (versie 2.0) (Haskoning)
SupervisieRuben Smittenaar (versie 2.0)
Dit document is gebaseerd op de volgende bronnen - BK5947-103-100-RHD-ZZ-XX-RP-S-0001 - Grondslag RAI Rigging handboek
- NPR 8020-10
- NPR 8020-13 (Ontwerp maart 2009)
- Machinerichtlijn 98/37/EG
Revisie versie 2.1 doorRick Damoiseaux, Thijs van Gelderen
Revisiedatum/paraaf18-03-2025
Vrijgegeven doorRuben Smittenaar
Datum/paraaf18-03-2026

1 Inleiding

Deze richtlijn laat zien waar en onder welke voorwaarden men kan riggen in RAI Amsterdam. Voor elke locatie staat beschreven waar rigging mogelijk is en wat de maximale belasting is per ophangpunt, zowel voor verticale rigging (straight) als voor meersprongen (bridles).

Als u wilt riggen in ons complex dient de riggende partij 4 weken voor aanvang van een evenement of beurs een riggingplan te sturen naar de RAI Accountmanager van het betreffende evenement of beurs. Hoe het riggingplan er uit moet zien staat omschreven in dit document. Elk riggingplan wordt vervolgens beoordeeld op de criteria die in dit document staan vermeld. U ontvangt uiterlijk binnen 5 werkdagen een officiële reactie van de RAI, waarna eventuele aanpassingen gemaakt kunnen worden. 2 weken voor aanvang van het evenement of beurs moet er een definitieve versie overeengekomen zijn.

RAI behoudt zich het recht voor dit Handboek Rigging (Rigging in de RAI) op ieder moment aan te passen naar aanleiding van constructieve wijzigingen, nieuwe berekeningen, inspecties of gewijzigde technische inzichten. Het is uitsluitend de verantwoordelijkheid van de gebruiker om voorafgaand aan iedere toepassing de meest actuele versie van het Handboek Rigging (Rigging in de RAI)  te raadplegen op RAI.nl. Eventuele verschillen tussen versies kunnen betrekking hebben op zowel verruimde als verlaagde belastbaarheden en gebruiksmogelijkheden. RAI aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade of kosten die voortvloeien uit het gebruik van niet-actuele informatie.

Figuur 1 toont een plattegrond van RAI Amsterdam. Elke hal, entreegebied en foyer heeft een eigen hoofdstuk, mits er rigging mogelijk is.
Informeer altijd naar de laatste versie van dit document.

Figuur 1 - Plattegrond RAI Amsterdam

2 Rigging richtlijnen

Over alle te nemen beslissingen geldt: veiligheid staat voorop! Om te mogen riggen in de RAI moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:

Certificering bedrijf en personeel

  1. Rigging mag alleen worden aangenomen door VCA*, VCA**, Oshas 18001 of ISO 45001 gecertificeerde bedrijven.
  2. Elke aanwezige rigger moet in het bezit zijn van:
    • een geldig VCA certificaat (VCA-B of VCA-VOL).
    • aantoonbaar beschikken over een certificaat Elementaire Hijstechniek in de Entertainment Industrie, certificaat beursrigging of een variant hierop, zoals een National Rigging Certificate (UK), Arena Rigging Certificate van ETCP (USA), Rigstar Rigging certificate (USA), of een relevant VLPT rigging diploma (DUI).
    • Indien gewerkt wordt met een hoogwerker moet de bestuurder in het bezit zijn van een hoogwerker certificaat. De rigger is verantwoordelijk voor het feit dat er geen derden in zijn werkgebied aanwezig zijn.
    • Iedereen die in een hoogwerker werkt, moet een fullbody veiligheidsharnas (EN361) dragen die met een veiligheidslijn (EN355) bevestigd is aan het ankerpunt in de werkbak.
    • Binnen het bereik van de hoogwerker zal een helm (EN397) worden gedragen door personen (grounders) die zich in de buurt bevinden.

Eisen riggingplan

  1. Elk uitvoerende riggende partij moet in het bezit zijn van een door de RAI goedgekeurd riggingplan. In bijlage I is omschreven hoe het riggingplan bij de RAI moet worden aangeleverd. Uw RAI Account Manager kan tevens een voorbeeld meesturen.
  2. Elk gebouwdeel omschreven in dit document heeft een bijbehorende AutoCad-tekening waarop de beschikbare ophangpunten zijn aangegeven. Een pdf uitdraai van deze tekening is opgenomen in Bijlage II.
  3. De maximaal toelaatbare belasting aangegeven in dit handboek mag niet overschreden worden.
  4. Voor meersprongen (bridles) moet de binnenhoek kleiner zijn dan 120 graden.
  5. De maximaal toelaatbare belasting voor meersprongen is gebaseerd op tweesprongen. Voor meersprongen geldt dat de krachtverdeling op alle aangrijplocaties duidelijk berekend moeten worden.
  6. Dynamische lasten zijn niet toegestaan zonder expliciete toestemming van een door de RAI gekozen constructeur, op kosten van de opdrachtgever / aannemer.

Rigging in de praktijk

  1. De rigging mag uitsluitend volgens plan worden uitgevoerd, eventuele veranderingen moeten kortgesloten worden met de manager dagelijks onderhoud.
  2. Bij uitzonderlijk hoge sneeuwbelasting is de RAI gemachtigd om een reeds goedgekeurde belasting tot een aanvaardbaar gewicht te laten reduceren.
  3. De dakconstructie mag geenszins beschadigd worden.
  4. Vaste elementen in het dak (zoals lampenkappen, lamellen, verduisteringsmechanieken, afvoerbuizen) mogen niet geraakt worden tijdens het riggen.

Materiaalgebruik

  1. Er mag alleen ge-rigged worden met materialen die voorzien zijn van een CE markering.

Voor partijen van buiten de EU geld dat de producten aantoonbaar moeten voldoen aan de ASME of gelijkwaardige richtlijn.

  1. De materialen moeten zijn voorzien van een WLL inscriptie of label.
  2. De maximaal toelaatbare belasting is 0,5 maal de (industriële) WLL.
  3. De materialen moeten minimaal één keer per jaar gekeurd zijn, het keuringsrapport moet op aanvraag binnen 24 uur verstrekt kunnen worden.
  4. De materialen moeten volgens instructies gebruikt worden.

Let op: De riggende partij dient zich ervan bewust te zijn dat de RAI controleert of de hangpunten conform richtlijnen en riggingplan zijn gemaakt. Indien niet wordt voldaan aan de afspraken, beschikt de RAI over de bevoegdheid de rigging af te keuren. De RAI is in het geval van afkeuring niet aansprakelijk voor enigerlei schade (zoals financiële schade of imago schade).

3 Hallen

3.1 Hal 1

Figuur 2 - Ophangpunten in Hal 1
Hoogte Hal 1

In Hal 1 is rigging toegestaan aan de drukgordingen (zie Figuur 2). De drukgording verbindt 39 bogen met elkaar. De totale rigginglast per boogspant is 5.000 kg, waarbij voor de buitenste boogspanten (langs de gevel en hal 6) een reductie tot 2.500kg geldt. De toelaatbare lasten op de staven en knopen staan in Tabel 1 en Tabel 2. In Bijlage II: Rigging Ophangpunten is een overzicht opgenomen met de punten waar rigging gehangen mag worden.

Figuur 3 - Drukgording dakconstructie Hal 1
Tabel 1 - Maximale belasting en gewichtsverdeling staven Hal 1
Rigging belasting op staal 1,2,3
Totale rigginglast per boogspantTotale rigginglast per boogspant Tot 5.000 kg
Totale rigginglast buitenste boogspant
(langs de gevel en hal 6)
Tot 2.500 kg
Verticaal direct
(boven- en onderrand)
Maximaal 650 kg per staaf
Verticaal meersprong (bridle)
(boven- en onderrand)
Maximaal 300 kg per bridle, waarbij geldt maximaal 150 kg verticale last per staaf
  1. Een staaf is het deel van de drukgording tussen twee knoopverbindingen (zie Figuur 3).
  2. De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten verdeeld worden.
  3. Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
Tabel 2 - Maximale belasting en gewichtsverdeling knopen Hal 1
Rigging belasting op knoop 1,2,3
Totale rigginglast per boogspant Tot 5.000 kg
Totale rigginglast buitenste boogspant
(langs de gevel en hal 6)
Tot 2.500 kg
Verticaal direct
(boven- en onderrand)
Maximaal 650 kg per knoop
Verticaal meersprong (bridle)
(boven- en onderrand)
Maximaal 650 kg per bridle, waarbij geldt maximaal 650 kg verticale last per knoop
  1. Een knoop is waar twee delen van de drukgording verbonden zijn met het boogspant (zie Figuur 3).
  2. De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten verdeeld worden.
  3. Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie
met-steel-tegen-knoopverbinding-aan
Met steel tegen knoopverbinding
bridle-aan-gording
Let op:

Langs de 1e en 10e gording (boven de balkons) zijn alleen tweesprongen mogelijk, met een hoek tussen 91.6° en 120°.

balkenklem-tegen-knoopverbinding
Balkenklem tegen knoopverbinding
bridle-bij-verduistering
Let op:

Ter bescherming van de automatische verduistering: Gebruik bij tweesprongen (bridles) tussen de 5e en 6e gording balkenklemmen (beamclamp) aan de 6e gording.

3.2 Hal 2

In Hal 2 is verticale rigging toegestaan aan de onderste knooppunten van de langsliggers en hoofdspanten. Het toepassen van meersprongen en het toepassen van rigging op de staven is niet toegestaan. De maximale toegestane belasting staat in Tabel 3. In Bijlage II: Rigging Ophangpunten is een overzicht opgenomen met de punten waar rigging gehangen mag worden.

Figuur 4-Ophangpunten in Hal 2
knooppunten 300 kg
Figuur 5 - Knooppunten in Hal 2
Tabel 3 - Maximale belasting en gewichtsverdeling Hal 2
Rigging belasting op knoop
  Rigging aan de knopen aan onderzijde
Verticaal direct
(knopen onder)
300 kg
Verticaal meersprong (bridle) Niet toegestaan
Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie
de-aanslag-tussen-diagonale

De aanslag tussen diagonale en verticale staaf met jute (burlap) beschermen.

3.3 Hal 3

In Hal 3 is verticale rigging toegestaan aan de onderste knooppunten van de langsliggers en de hoofdspanten. Het toepassen van meersprongen en het toepassen van rigging op de staven is niet toegestaan. De maximale toegestane belasting staat in Tabel 4. In Bijlage II: Rigging Ophangpunten is een overzicht opgenomen met de punten waar rigging gehangen mag worden.

Figuur 6 - Ophangpunten in Hal 3
knooppunten 300 kg
Figuur 7 - Knooppunten in Hal 3
Tabel 4 - Maximale belasting en gewichtsverdeling Hal 3
Rigging belasting op knoop
  Rigging aan de knopen aan onderzijde Rigging aan ophangogen lage gedeelte
Verticaal direct
(knopen onder)
300 kg 300 kg
Verticaal meersprong (bridle) Niet toegestaan Niet toegestaan
Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie
de-aanslag-tussen-diagonale

De aanslag tussen diagonale en verticale staaf met jute (burlap) beschermen.

hangpunten-in-het-lage-deel

Hangpunten in het lage deel van de hal.
 

3.4 Hal 4

Figuur 8 - Ophangpunten Amtrium Begane Grond
Figuur 9 - Ophangpunten Amtrium Eerste Verdieping

In het Amtrium is verticale rigging toegestaan aan de ogen in het plafond. In Bijlage II: Rigging Ophangpunten is een overzicht opgenomen met de punten waar rigging gehangen mag worden.

Tabel 5 - Maximale belasting en gewichtsverdeling Amtrium
Rigging belasting aan de ophangpunten
  Rigging aan de ogen in het plafond
Verticaal direct
(knopen onder)
125 kg
Verticaal meersprong (bridle) Niet toegestaan
Ophangpunten
ophangpunten1
ophangpunten2

3.5 Hal 5

Hal 5 bestaat uit twee delen. Het oude gedeelte (deel A) en de nieuwbouw (deel B). Deze delen hebben verschillende toegestane belastingen voor rigging. In Bijlage II: Rigging Ophangpunten is een overzicht opgenomen met de punten waar rigging gehangen mag worden.

Figuur 10 - Ophangpunten in Hal 5

Deel A

In Hal 5 deel A is verticale rigging toegestaan aan de onderste knooppunten van de langsliggers en hoofdspanten. Het toepassen van meersprongen en het toepassen van rigging op staven is niet toegestaan.

knooppunten
Figuur 11 - Knooppunten in Hal 5A
Tabel 6 - Maximale belasting en gewichtsverdeling Hal 5A
Rigging belasting op knoop
  Rigging aan de knopen aan onderzijde
Verticaal direct
(knopen onder)
300 kg
Verticaal meersprong (bridle) Niet toegestaan

Deel B

In hal 5 deel B is verticale rigging toegestaan aan alle knooppunten (boven en onder) van de langsliggers en de hoofdspanten. Het toepassen van meersprongen en het toepassen van rigging op staven is niet toegestaan.

Knooppunten 700 kg
Figuur 12 - Knooppunten Hal 5B
Tabel 7 - Maximale belasting en gewichtsverdeling Hal 5B
Rigging belasting op de knoop
Verticaal direct
(boven- en onderrand)
Maximaal 700 kg per knoop
Verticaal meersprong (bridle)
(boven- en onderrand)
Niet toegestaan
Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie
de-aanslag-tussen-diagonale

De aanslag tussen diagonale en verticale staaf met jute (burlap) beschermen.

3.6 Hal 6

In Hal 6 is rigging toegestaan aan staven van het onder- en bovennet en alle knooppunten van het driedimensionale vakwerk. 

In Bijlage II: Rigging Ophangpunten is een overzicht opgenomen met de punten waar rigging gehangen mag worden. Hal 6 is fictief opgedeeld in 4 “rigging vakken” (zie Figuur 13). In ieder vak mag maximaal 8.000 kg hangen. 
Het gewicht is als volgt te verdelen, zie tabel 8 & 9.

Figuur 13 - Ophangpunten in Hal 6
Tabel 8 - Maximale belasting en gewichtsverdeling staven Hal 6
Rigging belasting op staven 1,2,3,4,5
Totale rigginglast per vak Tot 5.000 kg 5.000 - 8.000 kg
Verticaal direct
(boven- en onderrand)
Maximaal 300 kg per staaf Maximaal 300 kg per staaf
Verticaal meersprong (bridle)
(boven- en onderrand)
Maximaal 300 kg per bridle
waarbij geldt: Maximaal 150 kg verticale belasting per staaf
Maximaal 250 kg per bridle
waarbij geldt: Maximaal 125 kg verticale belasting per staaf
  1. Een staaf is een deel van de onder of bovenrand tussen twee knooppunten.
  2. De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per staaf verdeeld worden.
  3. Om de lichtlijnen onder de staven mag niet gehangen worden.
  4. Als een staaf in de bovenrand en naastgelegen staaf in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze staven gehalveerd.
  5. Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaalgewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
Tabel 9 - Maximale belasting en gewichtsverdeling knopen Hal 6
Rigging belasting op de knopen 1,2,3,4
Totale rigginglast per vak Tot 8.000 kg
Verticaal direct
(boven- en onderrand)
Maximaal 600 kg per knoop
Verticaal meersprong (bridle)
(boven- en onderrand)
Maximaal 1.200 kg per bridle
waarbij geldt maximaal 600 kg belasting per knoop
  1. Om de lichtlijnen onder de knopen mag niet gehangen worden.
  2. Als een knoop in de bovenrand en naastgelegen knoop in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze knopen gehalveerd.
  3. Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaalgewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
  4. Voor rigging aan de knopen gelden gebruiksregels, zie onderstaande.
Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie
onderknoop

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

Let op:
Sla bij meersprongen (bridles) aan in de richting van het hijspunt.

door-het-midden-van-de-knoop

Door het midden van de knoop. Tussen kruis bovenspant en kruis diagonalen.

Let op:
Alleen mogelijk daar waar de dakplaat de steel niet belemmerd (zie CAD tekening).

3.7 Hal 7

In Hal 7 is rigging toegestaan aan staven van het onder- en bovennet en alle knooppunten van het driedimensionale vakwerk. In Bijlage II: Rigging Ophangpunten is een overzicht opgenomen met de punten waar rigging gehangen mag worden. 
Hal 7 is fictief opgedeeld in 16 “rigging vakken” (zie Figuur 14). In ieder vak mag maximaal 11.000 kg hangen.

Figuur 14 - Ophangpunten in Hal 7
Tabel 10 - Maximale belasting en gewichtsverdeling staven Hal 7
Rigging belasting op de staven 1,2,3,4,5
Totale rigginglast per vak Tot 11.000 kg
Verticaal direct
(boven- en onderrand)
Maximaal 300 kg per staaf
Verticaal meersprong (bridle)
(boven- en onderrand)
Maximaal 300 kg per bridle
waarbij geldt maximaal 150 kg verticale belasting per staaf
  1. Een staaf is een deel van de onder of bovenrand tussen twee knooppunten.
  2. De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per staaf verdeeld worden.
  3. Om de lichtlijnen onder de staven mag niet gehangen worden.
  4. Als een staaf in de bovenrand en naastgelegen staaf in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze staven gehalveerd.
  5. Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
Tabel 11 - Maximale belasting en gewichtsverdeling knopen Hal 7
Rigging belasting op de knopen 1,2,3,4
Totale rigginglast per vak Tot 11.000 kg
Verticaal direct
(boven- en onderrand)
Maximaal 600 kg per staaf
Verticaal meersprong (bridle)
(boven- en onderrand)
Maximaal 1.200 kg per bridle
waarbij geldt maximaal 600 kg verticale belasting per staaf
  1. Om de lichtlijnen onder de knopen mag niet gehangen worden.
  2. Als een knoop in de bovenrand en naastgelegen knoop in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze knopen gehalveerd.
  3. Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaalgewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
  4. Voor rigging aan de knopen gelden gebruiksregels, zie onderstaande.
Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie
door-het-midden-van-de-knoop

Door het midden van de knoop. Tussen kruis bovenspant en kruis diagonalen.

Let op:
Alleen mogelijk daar waar de dakplaat de steel niet belemmerd (zie CAD tekening).

onderknoop

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

Let op:
Sla bij meersprongen (bridles) aan in de richting van het hijspunt.

3.8 Hal 8

In Hal 8 is rigging toegestaan aan staven van het onder- en bovennet en alle knooppunten van het driedimensionale vakwerk. In Bijlage II: Rigging Ophangpunten is een overzicht opgenomen met de punten waar rigging gehangen mag worden. Hal 8 is fictief opgedeeld in 12 “rigging vakken” (zie Figuur 15). Per vak mag er maximaal 13.000kg hangen.

Figuur 15 - Ophangpunten in Hal 8
Tabel 12 - Maximale belasting en gewichtsverdeling staven Hal 8
Rigging belasting op de staven 1,2,3,4,5
Totale rigginglast per vak Tot 13.000 kg
Verticaal direct
(boven- en onderrand)
Maximaal 500 kg per staaf
Voor de geel gemarkeerde staven op de overzichtsplattegrond
(Bijlage II: Rigging Ophangpunten)
geldt dat maximaal 300 kg is toegestaan.
Verticaal meersprong (bridle)
(boven- en onderrand)
Maximaal 500 kg per bridle
waarbij geldt maximaal 250 kg verticale belasting per staaf.
Voor de geel gemarkeerde staven op de overzichtsplattegrond
(Bijlage II: Rigging Ophangpunten)
geldt dat maximaal 150 kg verticale belasting is toegestaan.
  1. Een staaf is een deel van de onder- of bovenrand tussen twee knooppunten.
  2. De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per staaf verdeeld worden.
  3. Om de lichtlijnen onder de staven mag niet gehangen worden.
  4. Als een staaf in de bovenrand en naastgelegen staaf in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze staven gehalveerd.
  5. Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
Tabel 13 - Maximale belasting en gewichtsverdeling knopen Hal 8
Rigging belasting op de knopen 1,2,3,4,5
Totale rigginglast per vak Tot 13.000 kg
Verticaal direct
(boven- en onderrand)
Maximaal 900 kg per knoop
Verticaal meersprong (bridle)
(boven- en onderrand)
Maximaal 1.800 kg per bridle
waarbij geldt maximaal 900 kg verticale last per knoop.
  1. De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per knoop verdeeld worden.
  2. Als een knoop in de bovenrand en naastgelegen knoop in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze knopen gehalveerd.
  3. Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
  4. Voor het hangen aan de knopen gelden gebruiksregels, zie de eisen hieronder.
  5. Rigging aan de ogen onder de knopen is niet toegestaan.
Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie
bovenaanzicht-knoopverbinding

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

Let op:
Sla bij meersprongen (bridles) aan in de richting van het hijspunt.

steel-op-bovenknoop

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

steel-onder-kabels-door-trekken

Let op:
Steel onder aanwezige kabels doortrekken.

3.9 Hal 9

In hal 9 (MFP) is verticale rigging mogelijk aan ophangogen in het plafond. Er zijn in totaal 204 mogelijke ophangpunten. 

180 ophangpunten bevinden zich op 5,7 meter hoogte (hal) en 24 ophangpunten bevinden zich op 4,4 meter hoogte (Corridor).

In Bijlage II: Rigging Ophangpunten is een overzicht opgenomen met de punten waar rigging gehangen mag worden.

Hoogte ophangpunten

Hoogte Hal: 5,70 m
Hoogte Corricor: 4,40 m

Figuur 16 - Ophangpunten hal 9
Tabel 14 - Maximale belasting en gewichtsverdeling Hal 9
Rigging belasting op de ophangpunten
  Rigging aan de ogen in het plafond
Verticaal direct
(knopen onder)
125 kg
Verticaal meersprong (bridle) Niet toegestaan
Hangpunten
hangpunten
Figuur 17 - Ophangpunten hal 9

3.10 Hal 10

In Hal 10 is rigging toegestaan aan staven van het onder- en bovennet en alle knooppunten van het driedimensionale vakwerk. In Bijlage II: Rigging Ophangpunten is een overzicht opgenomen met de punten waar rigging gehangen mag worden. Hal 10 is fictief opgedeeld in 4 “rigging vakken” (zie Figuur 18). Per vak mag er maximaal 20.000 kg hangen.

Hoogte ophangpunten
Figuur 18 - Rigging mogelijkheden in Hal 10
Tabel 15 - Maximale belasting en gewichtsverdeling staven Hal 10
Rigging belasting op de staven 1,2,3,4,5
Totale rigginglast per vak Tot 20.000 kg
Verticaal direct
(boven- en onderrand)
Maximaal 500 kg per staaf
Verticaal meersprong (bridle)
(boven- en onderrand)
Maximaal 500 kg per bridle
waarbij geldt maximaal 250 kg verticale belasting per staaf
  1. Een staaf is een deel van de onder- of bovenrand tussen twee knooppunten.
  2. De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per staaf verdeeld worden.
  3. Om de lichtlijnen onder de staven mag niet gehangen.
  4. Als een staaf in de bovenrand en naastgelegen staaf in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze staven gehalveerd.
  5. Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
Tabel 16 Maximale belasting en gewichtsverdeling knopen Hal 10
Rigging belasting op de knopen 1,2,3,4,5
Totale rigginglast per vak Tot 20.000 kg
Verticaal direct
(boven- en onderrand)
Maximaal 900 kg per knoop
Verticaal meersprong (bridle)
(boven- en onderrand)
Maximaal 1.800 kg per bridle
waarbij geldt maximaal 900 kg verticale belasting per knoop
  1. De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per knoop verdeeld worden.
  2. Als een knoop in de bovenrand en naastgelegen knoop in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze knopen gehalveerd.
  3. Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
  4. Voor het hangen aan de knopen gelden gebruiksregels, zie de eisen hieronder.
  5. Rigging aan de ogen onder de knopen is niet toegestaan.
bovenaanzicht-knoopverbinding

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

Let op:
Sla bij meersprongen (bridles) aan in de richting van het hijspunt.

steel-op-bovenknoop

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

steel-onder-kabels-door-trekken

Let op:
Steel onder aanwezige kabels doortrekken.

3.11 Hal 11

In Hal 11 is rigging toegestaan aan staven van het onder- en bovennet en alle knooppunten van het driedimensionale vakwerk. In Bijlage II: Rigging Ophangpunten is een overzicht opgenomen met de punten waar rigging gehangen mag worden. Hal 11 is fictief opgedeeld in 4 “rigging vakken” (zie Figuur 19). Per vak mag er maximaal 20.000 kg hangen.

Hoogte ophangpunten
Figuur 19 - Rigging mogelijkheden in Hal 11
Tabel 17 - Maximale belasting en gewichtsverdeling staven Hal 11
Rigging belasting op de staven 1,2,3,4,5
Totale rigginglast per vak Tot 20.000 kg
Verticaal direct
(boven- en onderrand)
Maximaal 500 kg per staaf
Verticaal meersprong (bridle)
(boven- en onderrand)
Maximaal 500 kg per bridle
waarbij geldt maximaal 250 kg verticale belasting per staaf
  1. Een staaf is een deel van de onder- of bovenrand tussen twee knooppunten.
  2. De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per staaf verdeeld worden.
  3. Om de lichtlijnen onder de staven mag niet gehangen.
  4. Als een staaf in de bovenrand en naastgelegen staaf in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze staven gehalveerd.
  5. Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
Tabel 18 - Maximale belasting en gewichtsverdeling knopen Hal 11
Rigging belasting op de knopen 1,2,3,4,5
Totale rigginglast per vak Tot 20.000 kg
Verticaal direct
(boven- en onderrand)
Maximaal 900 kg per knoop
Verticaal meersprong (bridle)
(boven- en onderrand)
Maximaal 1.800 kg per bridle
waarbij geldt maximaal 900 kg verticale belasting per knoop
  1. De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per knoop verdeeld worden.
  2. Als een knoop in de bovenrand en naastgelegen knoop in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze knopen gehalveerd.
  3. Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
  4. Voor het hangen aan de knopen gelden gebruiksregels, zie de eisen hieronder.
  5. Rigging aan de ogen onder de knopen is niet toegestaan.
Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie
bovenaanzicht-knoopverbinding

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

Let op:
Sla bij meersprongen (bridles) aan in de richting van het hijspunt.

steel-op-bovenknoop

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

steel-onder-kabels-door-trekken

Let op:
Steel onder aanwezige kabels doortrekken.

3.12 Hal 12

In Hal 12 is rigging toegestaan aan staven van het onder- en bovennet en alle knooppunten van het driedimensionale vakwerk. In Bijlage II: Rigging Ophangpunten is een overzicht opgenomen met de punten waar rigging gehangen mag worden. Hal 12 is deze fictief opgedeeld in 4 ‘rigging vakken’ (zie Figuur 20). Per vak mag er maximaal 14.500 kg hangen.

Hoogte ophangpunten
Figuur 20 - Rigging mogelijkheden in Hal 12
Tabel 19 - Maximale belasting en gewichtsverdeling staven Hal 12
Rigging belasting op de staven 1,2,3,4,5
Totale rigginglast per vak Tot 14.500 kg
Verticaal direct
(boven- en onderrand)
Maximaal 500 kg per staaf
Verticaal meersprong (bridle)
(boven- en onderrand)
Maximaal 500 kg per bridle
waarbij geldt maximaal 250 kg verticale belasting per staaf
  1. Een staaf is een deel van de onder- of bovenrand tussen twee knooppunten.
  2. De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per staaf verdeeld worden.
  3. Om de lichtlijnen onder de staven mag niet gehangen.
  4. Als een staaf in de bovenrand en naastgelegen staaf in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze staven gehalveerd.
  5. Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
Tabel 20 - Maximale belasting en gewichtsverdeling knopen Hal 12
Rigging belasting op de knopen 1,2,3,4,5
Totale rigginglast per vak Tot 14.500 kg
Verticaal direct
(boven- en onderrand)
Maximaal 900 kg per knoop
Verticaal meersprong (bridle)
(boven- en onderrand)
Maximaal 1.800 kg per bridle
waarbij geldt maximaal 900 kg verticale belasting per knoop
  1. De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per knoop verdeeld worden.
  2. Als een knoop in de bovenrand en naastgelegen knoop in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze knopen gehalveerd.
  3. Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
  4. Voor het hangen aan de knopen gelden gebruiksregels, zie de eisen hieronder.
  5. Rigging aan de ogen onder de knopen is niet toegestaan.
Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie
bovenaanzicht-knoopverbinding

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

Let op:
Sla bij meersprongen (bridles) aan in de richting van het hijspunt.

steel-op-bovenknoop

Door het midden van de knoop. Tussen kruis onderspant en kruis diagonalen.

steel-onder-kabels-door-trekken

Let op:
Steel onder aanwezige kabels doortrekken.

03.13 Hal 13 (Elicium)

In de Ballroom van het Elicium is verticale rigging mogelijk aan ophangogen in het plafond. Er zijn in totaal 92 mogelijke ophangpunten. 62 ophangpunten bevinden zich op 6.80 meter hoogte (zie rode en groene stippen in Figuur 21) en 30 ophangpunten bevinden zich op 8.70 meter hoogte (zie blauwe stippen in Figuur 21).

Let op: In het dak loopt een rails. Op de aangegeven locaties (groene stippen) kunnen speciaal ontwikkelde ophangogen gemonteerd worden, mits er geen afscheidingswand in de rails is geplaatst. Deze ophangogen dienen aangevraagd te worden via de Account Manager van de RAI.

Figuur 21 - Ophangpunten Elicium Ballroom
Hoogte ophangpunten

Hoogte rood: 6,80 m
Hoogte groen: 6,80 m
Hoogte blauw: 8,70 m

Tabel 21 - Maximale belasting en gewichtsverdeling Elicium Hal 13
Rigging belasting aan ophangpunten
Rode ophangpunten Maximaal 125 kg
Groene ophangpunten Maximaal 125 kg
Blauwe ophangpunten Indien één van twee naast elkaar liggende knopen wordt belast bedraagt de maximale belasting 125 kg.
Indien twee naast elkaar liggende knopen worden belast bedraagt de maximale belasting 62.5 kg.
Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie
'Groene ophangpunten'
groene ophangpunten
groene ophangpunten
groene ophangpunten
Let op: De railogen dienen haaks op de rail geplaatst te worden.
'Rode ophangpunten'
rode ophangpunten
rode ophangpunten
'Blauwe ophangpunten'
blauwe-ophangpunten1
Figuur 22 - Ophangogen Elicium
blauwe-ophangpunten2

4 Entreegebieden

4.1 Entreegebied C

Entreegebied C omvat de luifel van entree C, Holland Terrace, Holland Lounge (Holland Mezzanine) en Room E103 – E108.

4.1.1 Luifel C

Onder de luifel is verticale rigging toegestaan op de aangegeven locaties (zie Figuur 23).
Let op: De luifel is voorzien van een duivennet, welke niet beschadigd mag worden.
Let op: Vanaf windkracht 6 moet alle rigging aan de luifel naar beneden gehaald worden.

Hoogte ophangpunten
Hoogte onderrand: 9,50 m

Figuur 23 - Ophangpunten Entrance C luifel
Tabel 22 - Maximale belasting en gewichtsverdeling luifel Entree C
Rigging belasting aan ophangogen
  Ophangpunten
Verticaal direct 250 kg per ophangpunt
Naastgelegen ophangpunten niet gelijktijdig maximaal belasten. Het totaal van twee naastgelegen ophangpunten mag niet meer dan 250 kg bedragen
Verticaal meersprong (bridle) Niet toegestaan

4.1.2 Holland Terrace

In het Holland Terrace is verticale rigging toegestaan aan de ogen in het plafond.

Figuur 24 - Ophangpunten Holland Terrace
Tabel 23 - Maximale belasting en gewichtsverdeling Holland Terrace
Rigging belasting aan ophangogen
  Ophangpunten
Verticaal direct 250 kg per ophangpunt
Naastgelegen ophangpunten niet gelijktijdig maximaal belasten. Het totaal van twee naastgelegen ophangpunten mag niet meer dan 250 kg bedragen
Verticaal meersprong (bridle) Niet toegestaan

4.1.3 Holland lounge (Holland Mezzanine)

In de Holland Lounge is verticale rigging toegestaan aan oogbouten in het plafond. De leverancier dient zelf gecertificeerde oogbouten te leveren.

Figuur 25 - Ophangpunten in Holland Lounge
Tabel 24 - Maximale belasting en gewichtsverdeling Holland Lounge
Rigging belasting aan ophangogen
  Ophangpunten
Verticaal direct 150 kg per ophangpunt
Naastgelegen ophangpunten niet gelijktijdig maximaal belasten. Het totaal van twee naastgelegen ophangpunten mag niet meer dan 150 kg bedragen
Verticaal meersprong (bridle) Niet toegestaan

4.2 Entreegebied F

Entreegebied F omvat het park foyer, Entree F en de luifel van Entree F.

4.2.1 Luifel en Ontvangsthal F

Verticale rigging is mogelijk op de aangegeven locaties in Figuur 26. Aan de luifel is verticale rigging mogelijk aan de onderrand van het 2D- en 3D-vakwerk. In de ontvangsthal is verticale rigging toegestaan aan de dakliggers op minder dan 50 cm van het 2D-vakwerk.

Hoogte ophangpunten

Begane grond (BG)
Hoogte: 9,50 m

1e verdieping (V1)
Hoogte: 7,50 m

Figuur 26 - Ophangpunten Entrance F
Figuur 27-3D model entreegebied F
Figuur 27 - 3D model entreegebied F
Tabel 25 - Maximale belasting en gewichtsverdeling luifel en ontvangsthal Entree F
Rigging belasting op de knopen
  Aan knopen van de onderrand van 2D- en 3D vakwerk
Verticaal direct 200 kg
Verticaal meersprong (bridle) Niet toegestaan
Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie
Figuur 28 - Eisen voor aanslaan aan dakconstructie entree F

Figuur 28
Let op:
Rigging aan de dakliggers op minder dan 50cm van het 2D-vakwerk.
Rigging aan 2D vakwerk is niet toegestaan in verband met lichtlijnen.

4.2.2 Park Foyer

In de Park Foyer ontvangsthal is verticale rigging toegestaan aan de dakliggers op minder dan 50 cm van het 2D-vakwerk.

Hoogte ophangpunten
Hoogte: 5,60 m

Figuur 29 - Ophangpunten Park Foyer
Tabel 26 - Maximale belasting en gewichtsverdeling Park Foyer
Rigging belasting op de knopen
  Aan dakliggers op minder dan 50 cm van 2D vakwerk
Verticaal direct 200 kg
Verticaal meersprong (bridle) Niet toegestaan

4.3 Entreegebied K

In entreegebied K is verticale rigging toegestaan aan de ogen in het plafond.

Hoogte ophangpunten
Hoogte: 7,35 m

Figuur 30 - Aangrijplocaties Ingang K
Tabel 27 - Maximale belasting en gewichtsverdeling Entreegebied K
Rigging belasting aan de ophangogen
  Rode ophangpunten Groene ophangogen
Verticaal direct
(boven- en onderrand)
maximaal 125 kg per oog In overleg met Haskoning rigging mogelijk;
Maximaal 500 kg per oog
Verticaal meersprong (bridle)
(boven- en onderrand)
Niet toegestaan Niet toegestaan

5 Ruimte Congresgedeelte

5.1 Room G102 & G103

In Room G102 is rigging toegestaan aan de ophangogen in het plafond.

Figuur 31 - Ophangpunten in G102
Tabel 28 - Maximale belasting en gewichtsverdeling Room G102 & G103
Rigging belasting aan ophangpunten
Verticaal Direct
(boven- en onderrand)
Maximaal 125 kg per oog
Verticaal meersprong (bridle)
(boven- en onderrand)
niet toegestaan
Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie
oogbouten

Let op:
U moet gecertificeerde oogbouten (voorzien van CE en WLL) monteren voordat u kunt riggen. De schroefmaat van de oogbouten is M12.

5.2 Zaalplafond Auditorium

In totaal kan er in de grote zaal van het auditorium 27.500 kg gehangen worden. Er mag alleen gehangen worden aan de spantconstructies boven de doorvoergaten in het plafond (zie Figuur 32).

Aandacht moet worden besteed bij het omhooglopen van de takels dat deze het plafond niet raken (gipsplaat). Zorg dat de kettingen loodrecht naar beneden lopen bij het inhangen en hijsen.

Figuur 32 - Ophangpunten Zaalplafond
Figuur 33 - Rechte spanten
Figuur 33 - Rechte spanten
Figuur 34 - Schuine spanten
Figuur 34 - Schuine spanten
Tabel 29 - Maximale belasting en gewichtsverdeling spanten zaalplafond Auditorium
Spant Verticale belasting per zone
11 t/m 14 800 kg
17 800 kg
Bridles Niet toegestaan
Spant ter hoogte van congresrollen
Figuur 35 - Locatie van punten op Spant 19
Figuur 35 - Locatie van punten op Spant 19
Figuur 36 - Zijaanzicht Spant 19
Figuur 36 - Zijaanzicht Spant 19

Aan het spant boven het voortoneel (eerste zaalbrug) is verticale rigging toegestaan. De uiteinden van het spant (blauwe punten) zijn gereserveerd voor de Line array van de Rai. Indien de Line array niet is ingehangen is hier een punt van 1000 Kg mogelijk.

Tussen de blauwe en rode hangpunten is rigging niet mogelijk. Tussen de rode hangpunten is rigging op de boven en onderregel mogelijk. De maximale belasting tussen twee hangpunten mag de belasting van een hangpunt niet overschrijden.

Tabel 30 - Maximale belasting en gewichtsverdeling spanten Auditorium
Rigging belasting aan ophangpunten
Verticaal totaal op spant 1.950 kg
(3.050 kg indien line array niet aanwezig is)
Verticaal per tood ophangpunt 700 kg
Verticaal tussen twee rode ophangpunten
(op boven- of onderregel van het spant)
700 kg
Verticaal per blauw ophangpunt 1.000 kg
Verticaal op uiteinden rode staven 700 kg
Meersprong (bridle) Niet toegestaan

5.3 Toneeltoren Auditorium

In de toneeltoren van het Auditorium kunnen belastingen worden gehangen aan de trekkenwand en aan de stalen dakconstructie.

In Bijlage III: Trekkenplan auditorium is een overzicht opgenomen met de aanwezige trekken en toelaatbare belastingen op de trekken. De trekkenwand wordt aangestuurd met een BBH-computer. De installatie bestaat uit 50 trekken en 2 zijtrekken. De totale maximale belasting van de trekkenwand is 25.000 kg.

De trekkenwand hangt aan de dakconstructie bestaande uit stalen spanten en liggers. De toelaatbare belasting op de staalconstructie is afhankelijk van de belasting op de trekken.

Figuur 37 - Dakconstructie Hoge spanten
Figuur 38 - Dakconstructie lage spanten
Dimensies

Hoogte hoge spant: 21,75 meter
Hoogte lage spant: 19,85 meter

De maximale belasting van de toren is 34.000 Kg. Hier gaat de gebruikte belasting in de trekken van af.

In tabel 31 is per belastingniveau van de trekkenwand weergegeven wat er nog extra aan de dakconstructie gehangen mag worden.

Tabel 31 - Maximale belasting en gewichtsverdeling spanten toneeltoren
Trekbelasting 0% tot 50%2 50% tot 75%2 75% tot 100%2
Maximale rigging belasting per spant 9.000 kg 4.000 kg 4.000 kg
De Spanten (per staaf)1
Verticaal 1.500 kg 830 kg 830 kg
Meersprong onderrand 500 kg 500 kg 500 kg
Meersprong bovenrand 300 kg 300 kg 300 kg
Sneeuwval Geen beperkingen Geen beperkingen Geen rigging
  1. Een staaf is een deel van de onder of bovenrand tussen twee knooppunten.
  2. Berekening Maximale kapbelasting = 25.000 kg - (gewicht in trekken) = Maximaal toelaatbaar.

Voor de maximale toelaatbare belastingen op de gordingen en hoofdliggers gelden onderstaande tabel 32 & tabel 33.

Tabel 32 - Maximale belasting en gewichtsverdeling gordingen Toneeltoren
Gordingen (tussen 2 knooppunten)
Verticaal 750 kg
Meersprong (bridle) 250 kg
(de maximale verticale component bedraagt 125 kg)
Tabel 33 - Maximale belasting en gewichtsverdeling hoofdliggers toneeltoren
Hoofdliggers (tussen 2 knooppunten)
Verticaal 3.000 kg
Meersprong (bridle) 600 kg
(de maximale verticale component bedraagt 300 kg)
Figuur 39 - Spanten, gorden en liggers toneeltoren

5.4 Forum

In Figuur 40 zijn de ophangpunten in het forum weergegeven. Naast deze ophangpunten zijn er nog 3 vrije trekken de gebruikt kunnen worden boven het podium waarvan de voorste een gedeelde trek is.

Figuur 40 - Ophangpunten forum zaal
Tabel 34 - Maximale belasting en gewichtsverdeling ophangogen Forum
Rigging belasting aan ophangoog
Verticaal direct
(boven- en onderrand)
Maximaal 150 kg per oog
Verticaal meersprong (bridle)
(boven- en onderrand)
niet toegestaan
Tabel 35 - Maximale belasting en gewichtsverdeling trekken Forum
Rigging belasting aan trekken
Verticaal per trek Maximaal 150 kg per trek
Puntbelasting onder staalkabel Maximaal 75 kg
Puntbelasting tussen staalkabels Maximaal 40 kg
Dak doorvoer en ophangpunt

Bijlage I: Eisen Riggingplan

Deze bijlage is opgesteld ten behoeve van het aanleveren van de riggingplannen voor de RAI Amsterdam aan Haskoning in het juist format. Toelichting is gegeven op de wijze van controle van de riggingplannen en de te leveren bestanden, een voorbeeld Excel is gegeven met daarin de benodigde gegevens.

I.I Format riggingplannen

Controle van riggingplannen gebeurt op basis van actie- en reactiekrachten en directe- en bridle krachten. Een overzicht is gegeven in Figuur 41.

De actiekracht ontstaat uit de belasting die wordt opgehangen aan het dak, bijvoorbeeld de lampen of schermen. De reactiekracht is de kracht die aangrijpt op de staven of knopen van het dak.

De reactiekrachten kunnen worden onderverdeeld in directe- en bridle krachten. Directe krachten ontstaan uit actiekrachten die met een enkele kabel worden opgehangen aan het dak.
Bridle krachten ontstaan uit actiekrachten die met meerdere kabels (bridles) worden opgehangen aan het dak.

Figuur 41 - Actie- en reactiekrachten; directe en bridle krachten

De data van de belastingen moet worden aangeleverd in een Excel. Een voorbeeld van deze Excel is gegeven in Bijlage I.II Voorbeeld Excel. Toelichting op de data is hieronder gegeven.

Name:
Naam van de actiekrachten: Halnummer.belastingnummer  bv. 10.001, 10.002 & 08.001, 08.002
Aan de reactiekrachten hoeft geen naam te worden toebedeeld.

Load [kg]:
Waarde van de verticale belasting van de actiekracht.

Angle [degree]:
Hoek waaronder de reactiekrachten staan ten opzichte van de actiekrachten. Bij directe krachten bedraagt deze hoek nul graden. De maximale toelaatbare hoek bedraagt 120 graden.

XYZ-Load [m]:
X, Y en Z coördinaten van de actiekrachten. Deze coördinaten zijn bepaald op basis van het nulpunt van de plattegrond van de RAI uit Bijlage II: Rigging Ophangpunten. De riggingpunten dienen daarom ingetekend te worden op de bijbehorende Autocad tekening.

XYZ-Att [m]:
X, Y en Z coördinaten van de reactiekrachten.

Frz [kg]:
Verticale component van de reactiekracht.

Frh [kg]:
Horizontale component van de reactiekracht.

Fr [kg]:
Resultante van de horizontale en verticale component van de reactiekracht.

Data in de overige kolommen (B, E, F en J) is niet noodzakelijk. Deze kolommen mogen worden ingevuld of leeggelaten. De kolommen wel in de Excel laten staan.

Data van rigging belastingen van meerdere hallen moet worden ingevuld in één en dezelfde Excel sheet. Aangezien iedere belasting een unieke naam heeft blijft dit overzichtelijk. Bijvoorbeeld:
10.078
10.079
11.001
11.002

11.123
12.001
12.002

Naast de Excel dient een pdf-afdruk geleverd te worden van de autocad tekeningen met hierop alle ingetekende rigging punten.

I.II Voorbeeld Excel

Bijlage II: Rigging Ophangpunten

bijlageII-overzichtstekening-rai-rigging-hal-01-tm-12

Bijlage III: Trekplan Auditorium

bijlage3-trekkenplan-auditorium

versie 2.0 | 18 maart 2026