Bijlage 4e - Handboek Rigging in de RAI
Inhoudsopgave
1 Inleiding
Deze richtlijn laat zien waar en onder welke voorwaarden men kan riggen in RAI Amsterdam. Voor elke locatie staat beschreven waar rigging mogelijk is en wat de maximale belasting is per ophangpunt, zowel voor verticale rigging (straight) als voor meersprongen (bridles).
Als u wilt riggen in ons complex dient de riggende partij 4 weken voor aanvang van een evenement of beurs een riggingplan te sturen naar de RAI Accountmanager van het betreffende evenement of beurs. Hoe het riggingplan er uit moet zien staat omschreven in dit document. Elk riggingplan wordt vervolgens beoordeeld op de criteria die in dit document staan vermeld. U ontvangt uiterlijk binnen 5 werkdagen een officiële reactie van de RAI, waarna eventuele aanpassingen gemaakt kunnen worden. 2 weken voor aanvang van het evenement of beurs moet er een definitieve versie overeengekomen zijn.
RAI behoudt zich het recht voor dit Handboek Rigging (Rigging in de RAI) op ieder moment aan te passen naar aanleiding van constructieve wijzigingen, nieuwe berekeningen, inspecties of gewijzigde technische inzichten. Het is uitsluitend de verantwoordelijkheid van de gebruiker om voorafgaand aan iedere toepassing de meest actuele versie van het Handboek Rigging (Rigging in de RAI) te raadplegen op RAI.nl. Eventuele verschillen tussen versies kunnen betrekking hebben op zowel verruimde als verlaagde belastbaarheden en gebruiksmogelijkheden. RAI aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade of kosten die voortvloeien uit het gebruik van niet-actuele informatie.
Figuur 1 toont een plattegrond van RAI Amsterdam. Elke hal, entreegebied en foyer heeft een eigen hoofdstuk, mits er rigging mogelijk is.
Informeer altijd naar de laatste versie van dit document.
2 Rigging richtlijnen
Over alle te nemen beslissingen geldt: veiligheid staat voorop! Om te mogen riggen in de RAI moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
Certificering bedrijf en personeel
- Rigging mag alleen worden aangenomen door VCA*, VCA**, Oshas 18001 of ISO 45001 gecertificeerde bedrijven.
- Elke aanwezige rigger moet in het bezit zijn van:
- een geldig VCA certificaat (VCA-B of VCA-VOL).
- aantoonbaar beschikken over een certificaat Elementaire Hijstechniek in de Entertainment Industrie, certificaat beursrigging of een variant hierop, zoals een National Rigging Certificate (UK), Arena Rigging Certificate van ETCP (USA), Rigstar Rigging certificate (USA), of een relevant VLPT rigging diploma (DUI).
- Indien gewerkt wordt met een hoogwerker moet de bestuurder in het bezit zijn van een hoogwerker certificaat. De rigger is verantwoordelijk voor het feit dat er geen derden in zijn werkgebied aanwezig zijn.
- Iedereen die in een hoogwerker werkt, moet een fullbody veiligheidsharnas (EN361) dragen die met een veiligheidslijn (EN355) bevestigd is aan het ankerpunt in de werkbak.
- Binnen het bereik van de hoogwerker zal een helm (EN397) worden gedragen door personen (grounders) die zich in de buurt bevinden.
Eisen riggingplan
- Elk uitvoerende riggende partij moet in het bezit zijn van een door de RAI goedgekeurd riggingplan. In bijlage I is omschreven hoe het riggingplan bij de RAI moet worden aangeleverd. Uw RAI Account Manager kan tevens een voorbeeld meesturen.
- Elk gebouwdeel omschreven in dit document heeft een bijbehorende AutoCad-tekening waarop de beschikbare ophangpunten zijn aangegeven. Een pdf uitdraai van deze tekening is opgenomen in Bijlage II.
- De maximaal toelaatbare belasting aangegeven in dit handboek mag niet overschreden worden.
- Voor meersprongen (bridles) moet de binnenhoek kleiner zijn dan 120 graden.
- De maximaal toelaatbare belasting voor meersprongen is gebaseerd op tweesprongen. Voor meersprongen geldt dat de krachtverdeling op alle aangrijplocaties duidelijk berekend moeten worden.
- Dynamische lasten zijn niet toegestaan zonder expliciete toestemming van een door de RAI gekozen constructeur, op kosten van de opdrachtgever / aannemer.
Rigging in de praktijk
- De rigging mag uitsluitend volgens plan worden uitgevoerd, eventuele veranderingen moeten kortgesloten worden met de manager dagelijks onderhoud.
- Bij uitzonderlijk hoge sneeuwbelasting is de RAI gemachtigd om een reeds goedgekeurde belasting tot een aanvaardbaar gewicht te laten reduceren.
- De dakconstructie mag geenszins beschadigd worden.
- Vaste elementen in het dak (zoals lampenkappen, lamellen, verduisteringsmechanieken, afvoerbuizen) mogen niet geraakt worden tijdens het riggen.
Materiaalgebruik
- Er mag alleen ge-rigged worden met materialen die voorzien zijn van een CE markering.
Voor partijen van buiten de EU geld dat de producten aantoonbaar moeten voldoen aan de ASME of gelijkwaardige richtlijn.
- De materialen moeten zijn voorzien van een WLL inscriptie of label.
- De maximaal toelaatbare belasting is 0,5 maal de (industriële) WLL.
- De materialen moeten minimaal één keer per jaar gekeurd zijn, het keuringsrapport moet op aanvraag binnen 24 uur verstrekt kunnen worden.
- De materialen moeten volgens instructies gebruikt worden.
Let op: De riggende partij dient zich ervan bewust te zijn dat de RAI controleert of de hangpunten conform richtlijnen en riggingplan zijn gemaakt. Indien niet wordt voldaan aan de afspraken, beschikt de RAI over de bevoegdheid de rigging af te keuren. De RAI is in het geval van afkeuring niet aansprakelijk voor enigerlei schade (zoals financiële schade of imago schade).
3 Hallen
3.1 Hal 1
Tabel 1 - Maximale belasting en gewichtsverdeling staven Hal 1
| Rigging belasting op staal 1,2,3 | |
| Totale rigginglast per boogspantTotale rigginglast per boogspant | Tot 5.000 kg |
| Totale rigginglast buitenste boogspant (langs de gevel en hal 6) |
Tot 2.500 kg |
|
Verticaal direct (boven- en onderrand) |
Maximaal 650 kg per staaf |
|
Verticaal meersprong (bridle) (boven- en onderrand) |
Maximaal 300 kg per bridle, waarbij geldt maximaal 150 kg verticale last per staaf |
- Een staaf is het deel van de drukgording tussen twee knoopverbindingen (zie Figuur 3).
- De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten verdeeld worden.
- Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
Tabel 2 - Maximale belasting en gewichtsverdeling knopen Hal 1
| Rigging belasting op knoop 1,2,3 | |
| Totale rigginglast per boogspant | Tot 5.000 kg |
|
Totale rigginglast buitenste boogspant (langs de gevel en hal 6) |
Tot 2.500 kg |
|
Verticaal direct (boven- en onderrand) |
Maximaal 650 kg per knoop |
|
Verticaal meersprong (bridle) (boven- en onderrand) |
Maximaal 650 kg per bridle, waarbij geldt maximaal 650 kg verticale last per knoop |
- Een knoop is waar twee delen van de drukgording verbonden zijn met het boogspant (zie Figuur 3).
- De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten verdeeld worden.
- Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie

Met steel tegen knoopverbinding

Let op:
Langs de 1e en 10e gording (boven de balkons) zijn alleen tweesprongen mogelijk, met een hoek tussen 91.6° en 120°.

Balkenklem tegen knoopverbinding

Let op:
Ter bescherming van de automatische verduistering: Gebruik bij tweesprongen (bridles) tussen de 5e en 6e gording balkenklemmen (beamclamp) aan de 6e gording.
3.2 Hal 2
In Hal 2 is verticale rigging toegestaan aan de onderste knooppunten van de langsliggers en hoofdspanten. Het toepassen van meersprongen en het toepassen van rigging op de staven is niet toegestaan. De maximale toegestane belasting staat in Tabel 3. In Bijlage II: Rigging Ophangpunten is een overzicht opgenomen met de punten waar rigging gehangen mag worden.

Tabel 3 - Maximale belasting en gewichtsverdeling Hal 2
| Rigging belasting op knoop | |
| Rigging aan de knopen aan onderzijde | |
|
Verticaal direct (knopen onder) |
300 kg |
| Verticaal meersprong (bridle) | Niet toegestaan |
Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie
3.3 Hal 3
In Hal 3 is verticale rigging toegestaan aan de onderste knooppunten van de langsliggers en de hoofdspanten. Het toepassen van meersprongen en het toepassen van rigging op de staven is niet toegestaan. De maximale toegestane belasting staat in Tabel 4. In Bijlage II: Rigging Ophangpunten is een overzicht opgenomen met de punten waar rigging gehangen mag worden.

Tabel 4 - Maximale belasting en gewichtsverdeling Hal 3
| Rigging belasting op knoop | ||
| Rigging aan de knopen aan onderzijde | Rigging aan ophangogen lage gedeelte | |
|
Verticaal direct (knopen onder) |
300 kg | 300 kg |
| Verticaal meersprong (bridle) | Niet toegestaan | Niet toegestaan |
Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie
3.4 Hal 4
Tabel 5 - Maximale belasting en gewichtsverdeling Amtrium
| Rigging belasting aan de ophangpunten | |
| Rigging aan de ogen in het plafond | |
|
Verticaal direct (knopen onder) |
125 kg |
| Verticaal meersprong (bridle) | Niet toegestaan |
Ophangpunten


3.5 Hal 5
Hal 5 bestaat uit twee delen. Het oude gedeelte (deel A) en de nieuwbouw (deel B). Deze delen hebben verschillende toegestane belastingen voor rigging. In Bijlage II: Rigging Ophangpunten is een overzicht opgenomen met de punten waar rigging gehangen mag worden.
Deel A
In Hal 5 deel A is verticale rigging toegestaan aan de onderste knooppunten van de langsliggers en hoofdspanten. Het toepassen van meersprongen en het toepassen van rigging op staven is niet toegestaan.

Tabel 6 - Maximale belasting en gewichtsverdeling Hal 5A
| Rigging belasting op knoop | |
| Rigging aan de knopen aan onderzijde | |
|
Verticaal direct (knopen onder) |
300 kg |
| Verticaal meersprong (bridle) | Niet toegestaan |
Deel B
In hal 5 deel B is verticale rigging toegestaan aan alle knooppunten (boven en onder) van de langsliggers en de hoofdspanten. Het toepassen van meersprongen en het toepassen van rigging op staven is niet toegestaan.

Tabel 7 - Maximale belasting en gewichtsverdeling Hal 5B
| Rigging belasting op de knoop | |
|
Verticaal direct (boven- en onderrand) |
Maximaal 700 kg per knoop |
|
Verticaal meersprong (bridle) (boven- en onderrand) |
Niet toegestaan |
Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie
3.6 Hal 6
In Hal 6 is rigging toegestaan aan staven van het onder- en bovennet en alle knooppunten van het driedimensionale vakwerk.
In Bijlage II: Rigging Ophangpunten is een overzicht opgenomen met de punten waar rigging gehangen mag worden. Hal 6 is fictief opgedeeld in 4 “rigging vakken” (zie Figuur 13). In ieder vak mag maximaal 8.000 kg hangen.
Het gewicht is als volgt te verdelen, zie tabel 8 & 9.
Tabel 8 - Maximale belasting en gewichtsverdeling staven Hal 6
| Rigging belasting op staven 1,2,3,4,5 | ||
| Totale rigginglast per vak | Tot 5.000 kg | 5.000 - 8.000 kg |
| Verticaal direct (boven- en onderrand) |
Maximaal 300 kg per staaf | Maximaal 300 kg per staaf |
|
Verticaal meersprong (bridle) (boven- en onderrand) |
Maximaal 300 kg per bridle waarbij geldt: Maximaal 150 kg verticale belasting per staaf |
Maximaal 250 kg per bridle waarbij geldt: Maximaal 125 kg verticale belasting per staaf |
- Een staaf is een deel van de onder of bovenrand tussen twee knooppunten.
- De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per staaf verdeeld worden.
- Om de lichtlijnen onder de staven mag niet gehangen worden.
- Als een staaf in de bovenrand en naastgelegen staaf in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze staven gehalveerd.
- Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaalgewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
Tabel 9 - Maximale belasting en gewichtsverdeling knopen Hal 6
| Rigging belasting op de knopen 1,2,3,4 | |
| Totale rigginglast per vak | Tot 8.000 kg |
| Verticaal direct (boven- en onderrand) |
Maximaal 600 kg per knoop |
|
Verticaal meersprong (bridle) (boven- en onderrand) |
Maximaal 1.200 kg per bridle waarbij geldt maximaal 600 kg belasting per knoop |
- Om de lichtlijnen onder de knopen mag niet gehangen worden.
- Als een knoop in de bovenrand en naastgelegen knoop in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze knopen gehalveerd.
- Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaalgewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
- Voor rigging aan de knopen gelden gebruiksregels, zie onderstaande.
Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie
3.7 Hal 7
In Hal 7 is rigging toegestaan aan staven van het onder- en bovennet en alle knooppunten van het driedimensionale vakwerk. In Bijlage II: Rigging Ophangpunten is een overzicht opgenomen met de punten waar rigging gehangen mag worden.
Hal 7 is fictief opgedeeld in 16 “rigging vakken” (zie Figuur 14). In ieder vak mag maximaal 11.000 kg hangen.
Tabel 10 - Maximale belasting en gewichtsverdeling staven Hal 7
| Rigging belasting op de staven 1,2,3,4,5 | |
| Totale rigginglast per vak | Tot 11.000 kg |
|
Verticaal direct (boven- en onderrand) |
Maximaal 300 kg per staaf |
|
Verticaal meersprong (bridle) (boven- en onderrand) |
Maximaal 300 kg per bridle waarbij geldt maximaal 150 kg verticale belasting per staaf |
- Een staaf is een deel van de onder of bovenrand tussen twee knooppunten.
- De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per staaf verdeeld worden.
- Om de lichtlijnen onder de staven mag niet gehangen worden.
- Als een staaf in de bovenrand en naastgelegen staaf in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze staven gehalveerd.
- Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
Tabel 11 - Maximale belasting en gewichtsverdeling knopen Hal 7
| Rigging belasting op de knopen 1,2,3,4 | |
| Totale rigginglast per vak | Tot 11.000 kg |
|
Verticaal direct (boven- en onderrand) |
Maximaal 600 kg per staaf |
|
Verticaal meersprong (bridle) (boven- en onderrand) |
Maximaal 1.200 kg per bridle waarbij geldt maximaal 600 kg verticale belasting per staaf |
- Om de lichtlijnen onder de knopen mag niet gehangen worden.
- Als een knoop in de bovenrand en naastgelegen knoop in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze knopen gehalveerd.
- Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaalgewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
- Voor rigging aan de knopen gelden gebruiksregels, zie onderstaande.
Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie
3.8 Hal 8
In Hal 8 is rigging toegestaan aan staven van het onder- en bovennet en alle knooppunten van het driedimensionale vakwerk. In Bijlage II: Rigging Ophangpunten is een overzicht opgenomen met de punten waar rigging gehangen mag worden. Hal 8 is fictief opgedeeld in 12 “rigging vakken” (zie Figuur 15). Per vak mag er maximaal 13.000kg hangen.
Tabel 12 - Maximale belasting en gewichtsverdeling staven Hal 8
| Rigging belasting op de staven 1,2,3,4,5 | |
| Totale rigginglast per vak | Tot 13.000 kg |
|
Verticaal direct (boven- en onderrand) |
Maximaal 500 kg per staaf Voor de geel gemarkeerde staven op de overzichtsplattegrond (Bijlage II: Rigging Ophangpunten) geldt dat maximaal 300 kg is toegestaan. |
|
Verticaal meersprong (bridle) (boven- en onderrand) |
Maximaal 500 kg per bridle waarbij geldt maximaal 250 kg verticale belasting per staaf. Voor de geel gemarkeerde staven op de overzichtsplattegrond (Bijlage II: Rigging Ophangpunten) geldt dat maximaal 150 kg verticale belasting is toegestaan. |
- Een staaf is een deel van de onder- of bovenrand tussen twee knooppunten.
- De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per staaf verdeeld worden.
- Om de lichtlijnen onder de staven mag niet gehangen worden.
- Als een staaf in de bovenrand en naastgelegen staaf in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze staven gehalveerd.
- Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
Tabel 13 - Maximale belasting en gewichtsverdeling knopen Hal 8
| Rigging belasting op de knopen 1,2,3,4,5 | |
| Totale rigginglast per vak | Tot 13.000 kg |
|
Verticaal direct (boven- en onderrand) |
Maximaal 900 kg per knoop |
|
Verticaal meersprong (bridle) (boven- en onderrand) |
Maximaal 1.800 kg per bridle waarbij geldt maximaal 900 kg verticale last per knoop. |
- De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per knoop verdeeld worden.
- Als een knoop in de bovenrand en naastgelegen knoop in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze knopen gehalveerd.
- Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
- Voor het hangen aan de knopen gelden gebruiksregels, zie de eisen hieronder.
- Rigging aan de ogen onder de knopen is niet toegestaan.
Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie
3.9 Hal 9
In hal 9 (MFP) is verticale rigging mogelijk aan ophangogen in het plafond. Er zijn in totaal 204 mogelijke ophangpunten.
180 ophangpunten bevinden zich op 5,7 meter hoogte (hal) en 24 ophangpunten bevinden zich op 4,4 meter hoogte (Corridor).
In Bijlage II: Rigging Ophangpunten is een overzicht opgenomen met de punten waar rigging gehangen mag worden.
Hoogte ophangpunten
Hoogte Hal: 5,70 m
Hoogte Corricor: 4,40 m
Tabel 14 - Maximale belasting en gewichtsverdeling Hal 9
| Rigging belasting op de ophangpunten | |
| Rigging aan de ogen in het plafond | |
|
Verticaal direct (knopen onder) |
125 kg |
| Verticaal meersprong (bridle) | Niet toegestaan |
Hangpunten

3.10 Hal 10
In Hal 10 is rigging toegestaan aan staven van het onder- en bovennet en alle knooppunten van het driedimensionale vakwerk. In Bijlage II: Rigging Ophangpunten is een overzicht opgenomen met de punten waar rigging gehangen mag worden. Hal 10 is fictief opgedeeld in 4 “rigging vakken” (zie Figuur 18). Per vak mag er maximaal 20.000 kg hangen.

Tabel 15 - Maximale belasting en gewichtsverdeling staven Hal 10
| Rigging belasting op de staven 1,2,3,4,5 | |
| Totale rigginglast per vak | Tot 20.000 kg |
|
Verticaal direct (boven- en onderrand) |
Maximaal 500 kg per staaf |
|
Verticaal meersprong (bridle) (boven- en onderrand) |
Maximaal 500 kg per bridle waarbij geldt maximaal 250 kg verticale belasting per staaf |
- Een staaf is een deel van de onder- of bovenrand tussen twee knooppunten.
- De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per staaf verdeeld worden.
- Om de lichtlijnen onder de staven mag niet gehangen.
- Als een staaf in de bovenrand en naastgelegen staaf in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze staven gehalveerd.
- Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
Tabel 16 Maximale belasting en gewichtsverdeling knopen Hal 10
| Rigging belasting op de knopen 1,2,3,4,5 | |
| Totale rigginglast per vak | Tot 20.000 kg |
|
Verticaal direct (boven- en onderrand) |
Maximaal 900 kg per knoop |
|
Verticaal meersprong (bridle) (boven- en onderrand) |
Maximaal 1.800 kg per bridle waarbij geldt maximaal 900 kg verticale belasting per knoop |
- De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per knoop verdeeld worden.
- Als een knoop in de bovenrand en naastgelegen knoop in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze knopen gehalveerd.
- Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
- Voor het hangen aan de knopen gelden gebruiksregels, zie de eisen hieronder.
- Rigging aan de ogen onder de knopen is niet toegestaan.
3.11 Hal 11
In Hal 11 is rigging toegestaan aan staven van het onder- en bovennet en alle knooppunten van het driedimensionale vakwerk. In Bijlage II: Rigging Ophangpunten is een overzicht opgenomen met de punten waar rigging gehangen mag worden. Hal 11 is fictief opgedeeld in 4 “rigging vakken” (zie Figuur 19). Per vak mag er maximaal 20.000 kg hangen.

Tabel 17 - Maximale belasting en gewichtsverdeling staven Hal 11
| Rigging belasting op de staven 1,2,3,4,5 | |
| Totale rigginglast per vak | Tot 20.000 kg |
|
Verticaal direct (boven- en onderrand) |
Maximaal 500 kg per staaf |
|
Verticaal meersprong (bridle) (boven- en onderrand) |
Maximaal 500 kg per bridle waarbij geldt maximaal 250 kg verticale belasting per staaf |
- Een staaf is een deel van de onder- of bovenrand tussen twee knooppunten.
- De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per staaf verdeeld worden.
- Om de lichtlijnen onder de staven mag niet gehangen.
- Als een staaf in de bovenrand en naastgelegen staaf in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze staven gehalveerd.
- Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
Tabel 18 - Maximale belasting en gewichtsverdeling knopen Hal 11
| Rigging belasting op de knopen 1,2,3,4,5 | |
| Totale rigginglast per vak | Tot 20.000 kg |
|
Verticaal direct (boven- en onderrand) |
Maximaal 900 kg per knoop |
|
Verticaal meersprong (bridle) (boven- en onderrand) |
Maximaal 1.800 kg per bridle waarbij geldt maximaal 900 kg verticale belasting per knoop |
- De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per knoop verdeeld worden.
- Als een knoop in de bovenrand en naastgelegen knoop in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze knopen gehalveerd.
- Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
- Voor het hangen aan de knopen gelden gebruiksregels, zie de eisen hieronder.
- Rigging aan de ogen onder de knopen is niet toegestaan.
Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie
3.12 Hal 12
In Hal 12 is rigging toegestaan aan staven van het onder- en bovennet en alle knooppunten van het driedimensionale vakwerk. In Bijlage II: Rigging Ophangpunten is een overzicht opgenomen met de punten waar rigging gehangen mag worden. Hal 12 is deze fictief opgedeeld in 4 ‘rigging vakken’ (zie Figuur 20). Per vak mag er maximaal 14.500 kg hangen.

Tabel 19 - Maximale belasting en gewichtsverdeling staven Hal 12
| Rigging belasting op de staven 1,2,3,4,5 | |
| Totale rigginglast per vak | Tot 14.500 kg |
|
Verticaal direct (boven- en onderrand) |
Maximaal 500 kg per staaf |
|
Verticaal meersprong (bridle) (boven- en onderrand) |
Maximaal 500 kg per bridle waarbij geldt maximaal 250 kg verticale belasting per staaf |
- Een staaf is een deel van de onder- of bovenrand tussen twee knooppunten.
- De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per staaf verdeeld worden.
- Om de lichtlijnen onder de staven mag niet gehangen.
- Als een staaf in de bovenrand en naastgelegen staaf in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze staven gehalveerd.
- Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
Tabel 20 - Maximale belasting en gewichtsverdeling knopen Hal 12
| Rigging belasting op de knopen 1,2,3,4,5 | |
| Totale rigginglast per vak | Tot 14.500 kg |
|
Verticaal direct (boven- en onderrand) |
Maximaal 900 kg per knoop |
|
Verticaal meersprong (bridle) (boven- en onderrand) |
Maximaal 1.800 kg per bridle waarbij geldt maximaal 900 kg verticale belasting per knoop |
- De maximale belasting mag in één of meerdere hangpunten per knoop verdeeld worden.
- Als een knoop in de bovenrand en naastgelegen knoop in de onderrand tegelijk worden gebruikt, wordt het maximale toelaatbare gewicht voor deze knopen gehalveerd.
- Indien een staaf en knoop naast elkaar worden belast, moet de staafbelasting bij de knoopbelasting worden opgeteld. Het totaal gewicht mag nooit meer bedragen dan de maximale knoopbelasting.
- Voor het hangen aan de knopen gelden gebruiksregels, zie de eisen hieronder.
- Rigging aan de ogen onder de knopen is niet toegestaan.
Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie
03.13 Hal 13 (Elicium)
In de Ballroom van het Elicium is verticale rigging mogelijk aan ophangogen in het plafond. Er zijn in totaal 92 mogelijke ophangpunten. 62 ophangpunten bevinden zich op 6.80 meter hoogte (zie rode en groene stippen in Figuur 21) en 30 ophangpunten bevinden zich op 8.70 meter hoogte (zie blauwe stippen in Figuur 21).
Let op: In het dak loopt een rails. Op de aangegeven locaties (groene stippen) kunnen speciaal ontwikkelde ophangogen gemonteerd worden, mits er geen afscheidingswand in de rails is geplaatst. Deze ophangogen dienen aangevraagd te worden via de Account Manager van de RAI.
Hoogte ophangpunten
Hoogte rood: 6,80 m
Hoogte groen: 6,80 m
Hoogte blauw: 8,70 m
Tabel 21 - Maximale belasting en gewichtsverdeling Elicium Hal 13
| Rigging belasting aan ophangpunten | |
| Rode ophangpunten | Maximaal 125 kg |
| Groene ophangpunten | Maximaal 125 kg |
| Blauwe ophangpunten |
Indien één van twee naast elkaar liggende knopen wordt belast bedraagt de maximale belasting 125 kg. Indien twee naast elkaar liggende knopen worden belast bedraagt de maximale belasting 62.5 kg. |
Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie
'Groene ophangpunten'



'Rode ophangpunten'


'Blauwe ophangpunten'


4 Entreegebieden
4.1 Entreegebied C
Entreegebied C omvat de luifel van entree C, Holland Terrace, Holland Lounge (Holland Mezzanine) en Room E103 – E108.
4.1.1 Luifel C
Onder de luifel is verticale rigging toegestaan op de aangegeven locaties (zie Figuur 23).
Let op: De luifel is voorzien van een duivennet, welke niet beschadigd mag worden.
Let op: Vanaf windkracht 6 moet alle rigging aan de luifel naar beneden gehaald worden.
Hoogte ophangpunten
Hoogte onderrand: 9,50 m
Tabel 22 - Maximale belasting en gewichtsverdeling luifel Entree C
| Rigging belasting aan ophangogen | |
| Ophangpunten | |
| Verticaal direct |
250 kg per ophangpunt Naastgelegen ophangpunten niet gelijktijdig maximaal belasten. Het totaal van twee naastgelegen ophangpunten mag niet meer dan 250 kg bedragen |
| Verticaal meersprong (bridle) | Niet toegestaan |
4.1.2 Holland Terrace
In het Holland Terrace is verticale rigging toegestaan aan de ogen in het plafond.
Tabel 23 - Maximale belasting en gewichtsverdeling Holland Terrace
| Rigging belasting aan ophangogen | |
| Ophangpunten | |
| Verticaal direct |
250 kg per ophangpunt Naastgelegen ophangpunten niet gelijktijdig maximaal belasten. Het totaal van twee naastgelegen ophangpunten mag niet meer dan 250 kg bedragen |
| Verticaal meersprong (bridle) | Niet toegestaan |
4.1.3 Holland lounge (Holland Mezzanine)
In de Holland Lounge is verticale rigging toegestaan aan oogbouten in het plafond. De leverancier dient zelf gecertificeerde oogbouten te leveren.
Tabel 24 - Maximale belasting en gewichtsverdeling Holland Lounge
| Rigging belasting aan ophangogen | |
| Ophangpunten | |
| Verticaal direct |
150 kg per ophangpunt Naastgelegen ophangpunten niet gelijktijdig maximaal belasten. Het totaal van twee naastgelegen ophangpunten mag niet meer dan 150 kg bedragen |
| Verticaal meersprong (bridle) | Niet toegestaan |
4.2 Entreegebied F
Entreegebied F omvat het park foyer, Entree F en de luifel van Entree F.
4.2.1 Luifel en Ontvangsthal F
Verticale rigging is mogelijk op de aangegeven locaties in Figuur 26. Aan de luifel is verticale rigging mogelijk aan de onderrand van het 2D- en 3D-vakwerk. In de ontvangsthal is verticale rigging toegestaan aan de dakliggers op minder dan 50 cm van het 2D-vakwerk.
Hoogte ophangpunten
Begane grond (BG)
Hoogte: 9,50 m
1e verdieping (V1)
Hoogte: 7,50 m

Tabel 25 - Maximale belasting en gewichtsverdeling luifel en ontvangsthal Entree F
| Rigging belasting op de knopen | |
| Aan knopen van de onderrand van 2D- en 3D vakwerk | |
| Verticaal direct | 200 kg |
| Verticaal meersprong (bridle) | Niet toegestaan |
Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie
4.2.2 Park Foyer
In de Park Foyer ontvangsthal is verticale rigging toegestaan aan de dakliggers op minder dan 50 cm van het 2D-vakwerk.
Hoogte ophangpunten
Hoogte: 5,60 m
Tabel 26 - Maximale belasting en gewichtsverdeling Park Foyer
| Rigging belasting op de knopen | |
| Aan dakliggers op minder dan 50 cm van 2D vakwerk | |
| Verticaal direct | 200 kg |
| Verticaal meersprong (bridle) | Niet toegestaan |
4.3 Entreegebied K
In entreegebied K is verticale rigging toegestaan aan de ogen in het plafond.
Hoogte ophangpunten
Hoogte: 7,35 m
Tabel 27 - Maximale belasting en gewichtsverdeling Entreegebied K
| Rigging belasting aan de ophangogen | ||
| Rode ophangpunten | Groene ophangogen | |
|
Verticaal direct (boven- en onderrand) |
maximaal 125 kg per oog |
In overleg met Haskoning rigging mogelijk; Maximaal 500 kg per oog |
|
Verticaal meersprong (bridle) (boven- en onderrand) |
Niet toegestaan | Niet toegestaan |
5 Ruimte Congresgedeelte
5.1 Room G102 & G103
In Room G102 is rigging toegestaan aan de ophangogen in het plafond.
Tabel 28 - Maximale belasting en gewichtsverdeling Room G102 & G103
| Rigging belasting aan ophangpunten | |
|
Verticaal Direct (boven- en onderrand) |
Maximaal 125 kg per oog |
|
Verticaal meersprong (bridle) (boven- en onderrand) |
niet toegestaan |
Eisen voor het aanslaan aan de dakconstructie
5.2 Zaalplafond Auditorium
In totaal kan er in de grote zaal van het auditorium 27.500 kg gehangen worden. Er mag alleen gehangen worden aan de spantconstructies boven de doorvoergaten in het plafond (zie Figuur 32).
Aandacht moet worden besteed bij het omhooglopen van de takels dat deze het plafond niet raken (gipsplaat). Zorg dat de kettingen loodrecht naar beneden lopen bij het inhangen en hijsen.


Tabel 29 - Maximale belasting en gewichtsverdeling spanten zaalplafond Auditorium
| Spant | Verticale belasting per zone |
| 11 t/m 14 | 800 kg |
| 17 | 800 kg |
| Bridles | Niet toegestaan |
Spant ter hoogte van congresrollen


Tabel 30 - Maximale belasting en gewichtsverdeling spanten Auditorium
| Rigging belasting aan ophangpunten | |
| Verticaal totaal op spant |
1.950 kg (3.050 kg indien line array niet aanwezig is) |
| Verticaal per tood ophangpunt | 700 kg |
|
Verticaal tussen twee rode ophangpunten (op boven- of onderregel van het spant) |
700 kg |
| Verticaal per blauw ophangpunt | 1.000 kg |
| Verticaal op uiteinden rode staven | 700 kg |
| Meersprong (bridle) | Niet toegestaan |
5.3 Toneeltoren Auditorium
In de toneeltoren van het Auditorium kunnen belastingen worden gehangen aan de trekkenwand en aan de stalen dakconstructie.
In Bijlage III: Trekkenplan auditorium is een overzicht opgenomen met de aanwezige trekken en toelaatbare belastingen op de trekken. De trekkenwand wordt aangestuurd met een BBH-computer. De installatie bestaat uit 50 trekken en 2 zijtrekken. De totale maximale belasting van de trekkenwand is 25.000 kg.
De trekkenwand hangt aan de dakconstructie bestaande uit stalen spanten en liggers. De toelaatbare belasting op de staalconstructie is afhankelijk van de belasting op de trekken.
Dimensies
Hoogte hoge spant: 21,75 meter
Hoogte lage spant: 19,85 meter
De maximale belasting van de toren is 34.000 Kg. Hier gaat de gebruikte belasting in de trekken van af.
In tabel 31 is per belastingniveau van de trekkenwand weergegeven wat er nog extra aan de dakconstructie gehangen mag worden.
Tabel 31 - Maximale belasting en gewichtsverdeling spanten toneeltoren
| Trekbelasting | 0% tot 50%2 | 50% tot 75%2 | 75% tot 100%2 |
| Maximale rigging belasting per spant | 9.000 kg | 4.000 kg | 4.000 kg |
| De Spanten (per staaf)1 | |||
| Verticaal | 1.500 kg | 830 kg | 830 kg |
| Meersprong onderrand | 500 kg | 500 kg | 500 kg |
| Meersprong bovenrand | 300 kg | 300 kg | 300 kg |
| Sneeuwval | Geen beperkingen | Geen beperkingen | Geen rigging |
- Een staaf is een deel van de onder of bovenrand tussen twee knooppunten.
- Berekening Maximale kapbelasting = 25.000 kg - (gewicht in trekken) = Maximaal toelaatbaar.
Voor de maximale toelaatbare belastingen op de gordingen en hoofdliggers gelden onderstaande tabel 32 & tabel 33.
Tabel 32 - Maximale belasting en gewichtsverdeling gordingen Toneeltoren
| Gordingen (tussen 2 knooppunten) | |
| Verticaal | 750 kg |
| Meersprong (bridle) |
250 kg (de maximale verticale component bedraagt 125 kg) |
Tabel 33 - Maximale belasting en gewichtsverdeling hoofdliggers toneeltoren
| Hoofdliggers (tussen 2 knooppunten) | |
| Verticaal | 3.000 kg |
| Meersprong (bridle) |
600 kg (de maximale verticale component bedraagt 300 kg) |
5.4 Forum
In Figuur 40 zijn de ophangpunten in het forum weergegeven. Naast deze ophangpunten zijn er nog 3 vrije trekken de gebruikt kunnen worden boven het podium waarvan de voorste een gedeelde trek is.
Tabel 34 - Maximale belasting en gewichtsverdeling ophangogen Forum
| Rigging belasting aan ophangoog | |
|
Verticaal direct (boven- en onderrand) |
Maximaal 150 kg per oog |
|
Verticaal meersprong (bridle) (boven- en onderrand) |
niet toegestaan |
Tabel 35 - Maximale belasting en gewichtsverdeling trekken Forum
| Rigging belasting aan trekken | |
| Verticaal per trek | Maximaal 150 kg per trek |
| Puntbelasting onder staalkabel | Maximaal 75 kg |
| Puntbelasting tussen staalkabels | Maximaal 40 kg |










