De geschiedenis van…

RAI Amsterdam heeft een rijke historie. Wat in 1893 begon als Vereniging 'De Rijwiel-Industrie' is in iets meer dan een eeuw uitgegroeid tot een internationaal toonaangevende tentoonstellings- en congresorganisatie.

RAI Tijdlijn

In deze uitgebreide tijdlijn zijn belangrijke momenten uit onze geschiedenis weergegeven. Bekijk de grote, bekende gebeurtenissen maar ook de kleinere, onbekende gebeurtenissen hieronder.


Meer dan honderd jaar ervaring

Het RAI Amsterdams complex aan de Zuidas is inmiddels een van de drukst bezette beurs- en congrescentra ter wereld. Sinds de opening in 1961 ontvingen we reeds meer dan honderd miljoen bezoekers. Voor die tijd zetelde de RAI gedurende veertig jaar in een gebouw aan de Ferdinand Bolstraat in Amsterdam (de 'Oude RAI'). In de beginjaren tot 1922 beschikte de RAI niet over een eigen expositiecentrum, maar werd het roemruchte nu niet meer bestaande Amsterdamse Paleis voor Volksvlijt gebruikt. De allereerste RAI tentoonstelling werd daar in 1895 georganiseerd. De RAI kan dus bogen op ruim honderd jaar ervaring!


outro*Klik op de afbeelding om deze in een nieuw venster te openen.

Paleis voor Volksvlijt

In 1893 werd door een aantal rijwielfabrikanten de Vereniging 'De Rijwiel-Industrie' opgericht uit onvrede over de wildgroei van verschillende rijwieltentoonstellingen in allerlei plaatsen. De kosten van deelname aan al die evenementen rezen de pan uit volgens de fabrikanten. Daarom besloten zij zelf een rijwieltentoonstelling te organiseren: een landelijk evenement met een frequentie van één keer per jaar. De eerste rijwieltentoonstelling vond plaats in 1895 in het Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam. Daar volgden tot de Eerste Wereldoorlog elf exposities van fietsen, motorfietsen en auto's.

R.I. wordt R.A.I.

Omdat toen de productie van rijwielen en automobielen meestal een zaak was van dezelfde technische hobby-isten en entrepreneurs, was het logisch dat de naam 'Rijwiel-Industrie' al snel uitgebreid werd met de A van auto. Zo werd de 'RI' in 1900 'RAI'.

Een eigen gebouw

Nijpend ruimtegebrek in het Paleis voor Volksvlijt deed de RAI al snel uitkijken naar een ander expositiecentrum. In 1922 opende de RAI een eigen gebouw, aan de Ferdinand Bolstraat in Amsterdam. Wat eerst bedoeld was als tijdelijk onderkomen voor vijf jaar werd een permanente behuizing gedurende bijna veertig jaar, nu nog steeds in de volksmond bekend als de 'Oude RAI'. Al in 1925 en 1928 volgden noodzakelijke uitbreidingen tot een totaal oppervlak van 13.000 m2. De jaarlijkse RAI-tentoonstelling trok steeds meer exposanten en bezoekers. Na de Tweede Wereldoorlog namen ook de gespecialiseerde vakbeurzen van andere branches een enorme vlucht.

 

Vanwege de grote vraag naar standruimte besloot de RAI in 1950 om voor personenauto's en bedrijfsauto's elk een aparte tentoonstelling te organiseren. Andere afsplitsingen volgden en evenementen van andere partijen maakten het RAI-gebouw al snel te klein. Omdat de vereniging de investeringen voor een nieuw, groot tentoonstellingscomplex niet meer geheel zelf kon opbrengen, polste de RAI de gemeente Amsterdam om partner te worden. Die participeerde graag vanwege de gunstige gevolgen voor de economie van de regio.

Public-Private Partnership avant la lettre

Zo ontstond in 1956 een public-private partnership avant la lettre. De RAI Vereniging en de gemeente Amsterdam vormden namelijk samen een commanditaire vennootschap van waaruit de exploitatie van de nieuwe RAI, die losgemaakt werd van de RAI Vereniging, gefinancierd werd*). De RAI Vereniging profileert zich sindsdien echter niet langer als tentoonstellingsclub, maar als belangenorganisatie voor mobiliteit en wegvervoer.

Prins Bernard opent Europacomplex

RAI Amsterdam Convention Centre

In 1961 werd de nieuwe, inmiddels wereldberoemde Europe hal aan het Europaplein in Amsterdam-Zuid door Prins Bernhard geopend. Voor de exploitatie van het gebouw werd een aparte besloten vennootschap opgericht, RAI Gebouw bv. Later ging deze naam op in Amsterdam RAI bv. In 1963 werd de Westhal toegevoegd, en in 1965 het Congrescentrum. De combinatie van tentoonstellingshallen en congresfaciliteiten inclusief restaurants bleek een gouden greep. Vanaf die tijd raakte de RAI in een stroomversnelling. In 1969 kwam de Amstelhal erbij, en in 1982 opende Prins Claus het Hollandcomplex. Tegelijkertijd kreeg het Congrescentrum er zes congres- en vergaderzalen bij. Na de grote uitbreiding met de Parkhal in 1993 besloeg het RAI Tentoonstellings- en Congrescentrum 11 hallen, 22 congreszalen en zeven restaurants.

RAI in de 21e eeuw

Het nieuwe gezicht van de RAI komt tot stand in een tijdperk waarin de RAI zich, door marktontwikkelingen en sterk groeiende aantrekkingskracht van de stad Amsterdam, steeds nadrukkelijker richt op internationale, meerdaagse evenementen. De opening van het RAI Elicium, op dinsdag 29 september 2009 door Z.K.H. de Prins van Oranje, is de eerste fysieke mijlpaal in het nieuwe millennium. In het digitale tijdperk worden de mogelijkheden om de ‘virtuele ontmoeting’ met de ‘fysieke ontmoeting’ te verbinden, nadrukkelijk verkend. De fysieke, persoonlijke ontmoeting blijft voor de RAI echter centraal staan. Dit komt onder meer tot uitdrukking in de (Ruimtelijke) Toekomstvisie RAI uit 2011. In dit rapport bepalen RAI Amsterdam en de Dienst Zuidas van de Gemeente Amsterdam gezamenlijk dat de RAI op de huidige locatie gevestigd blijft en zich richt op duurzame ontwikkeling. De visie krijgt handen en voeten met de bouw van het multifunctionele Amtrium (2015), een nieuw parkeergebouw (2016) en de lang gekoesterde wens van een hotel. Het nhow Amsterdam RAI hotel opent naar verwachting medio 2019 haar deuren.